© P.G.H. Uges, Amsterdam april 2021
In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen een rol.
Soms herken je ze, soms niet, maar ze zijn er.
Uges-Taurel; van proloog tot epiloog 1944/45
1e termijn Far East 1962/64
MS van Cloon: Nieuw-Guinea
2e termijn Far East 1965/67
MS van Noort: De scheepsramp
Wat er inzit komt eruit
Koude-technologie 1968
Vragenderveen 1975
RCC K&L en KNVvK 1988
Indirect Adiabatisch koelen 1997
P.G. Wodehouse 2001
Airco-kenniscentrum.nl 2012
1
In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen een rol.
Soms herken je ze, soms niet, maar ze zijn er.
Peter Gerard Hans Uges, Arnhem 14-06-1941
Uitspraak van mijn moeder: wat er inzit komt eruit.
Van proloog tot epiloog 1940/45
Op 4 mei herdenken we een tijd, met onderdrukking, moorden, veel slachtoffers, helden en ook
lafaards. En dan de vraag wanneer ben je een lafaard of juist een held? Is dat niet afhankelijk van
toevalligheden, zoals waar ben je geboren en de omstandigheden?
Arnhem
1944 De slag om Arnhem
Ik ben in 1941 in Arnhem geboren. Tijdens de slag om Arnhem woonden wij op de Steenstraat nr.
56B (Apotheek Miedema en van Aalst) en hemelsbreed niet meer dan ca. 500 meter van de Rijnbrug.
Het enige wat ik me uit die tijd herinner, is dat ik samen met mijn ouders en zusje Anke (19-03-1943)
schuilden op de keldertrap. Na de slag om Arnhem moesten wij Arnhem verlatenen. Eerst naar
Voorthuizen/Barneveld en aan het einde van de oorlog in Velp. Daar werd op 25 april 1945 mijn zusje
Ingeborg geboren.
1945
Mijn vader was als apotheker een van de eersten die in 1945 terug mocht keren. Ons huis stond er
nog, maar alles was gestolen of vernield. Hij had een aantal bronzen vijzels in de kelder onder de
kolen verstopt. Die kolen hadden de Duitsers bij hun rooftochten door verlaten Arnhem laten liggen
en dus werden de vijzels niet gevonden. Mijn grootvader (G. van Eden**01), tante en oom woonden
in Oosterbeek op slechts een paar honderd meter van Hotel Hartenstein (nu het Airborne
Museum**02). Oom Cas van Veenendaal behoorde op slechts 28jarige leeftijd tot de
burgerslachtoffers en kwam om bij een granaat aanval. Mijn tante Miek raakte gewond, herstelde,
maar heeft haar gehele verdere leven met granaatsplinters in haar benen gelopen. Zij was toen
zwanger van mijn nichtje Caspa**03), hertrouwde na de oorlog met Oom Fred Frijstein en zo kregen
Hans en Caspa een zusje (Yvonne) en twee broers Robby (die leed aan het syndroom van Down) en
Gerard (bedrijfsarts). Hans woont nu in New York, maar is regelmatig (in de zomer) ook in Nederland.
**01) In het fotoboekje: Oosterbeek verwoest 1944 - 1945 van G.H. Maassen staat foto 83: De zuidelijke hoek
Stationsweg/Joubertweg (foto J. Leusden, Zwolle). Het was toen zwaar beschadigd, maar het huis dat wij als
kleinkinderen Uges later zouden erven van mijn grootvader. Opa van Eden werd tweemaal weduwnaar, was
Christelijke gereformeerd en eigenaar van de betreffende kerk aan het Jagerspad nr. 6 te Oosterbeek. Hoewel
niemand van de kleinkinderen Christelijk gereformeerd is, behoorde ook die kerk tot onze erfenis en is deze
naderhand in overleg met zijn derde vrouw, Tante Mien, verkocht aan die Gemeente. Toch wel bijzonder dat wij
als kleinkinderen een kerk(je) hebben geërfd.
2
**02) In 1959 deed ik eindexamen en zat samen met mijn zusje Ingeborg op de Mulo in Oosterbeek. Die school
stond naast het Airborne Museum. Wij gingen dan vaak naar onze tante en oom aan de Stationsweg 28.
Peter 14 juni 1941
Samen met Anke ca. 1943/1944
**03) Caspa schreef:
Het huis van mijn nog jonge ouders werd getroffen door een heftig vuurgevecht tussen de Engelsen en de
Duitsers. Mijn vader is toen overleden, mijn moeder was zwanger van mij. Tante Sjoukje (gevlucht uit
Rotterdam en door mijn ouders in huis genomen) heeft mijn broertje Hans meegenomen en is naar het Rode
Kruis gegaan. Mijn moeder werd in het Elisabeth gasthuis opgenomen. Dat ligt vlak bij de Rijn (Red. op een
morene uit de ijstijd), maar werd ook onder vuur genomen. Zij moest van de tweede verdieping naar beneden
springen en brak toen haar been. Op een handkar werd ze naar Harderwijk gebracht en was geëvacueerd bij
heel vervelende mensen. Ik werd daar in een ziekenhuis geboren, zonder man en familie erbij. Mijn moeder leed
aan een ernstig oorlogstrauma en is iets, wat ik nu ik ouder ben (nu is 2018 en toen 74!!!) steeds meer besef.
(Vroeger was er geen slachtofferhulp). Ze had wel steun aan oom Jo en tante Tonnie en jouw vader werd onze
voogd als halve weesjes die wij waren tot ze trouwde met pa Frijstein (Red.: Oom Fred).
In mijn jeugd had ik na de oorlog te maken met de gevolgen van de slag om Arnhem en het
naoorlogse herstel. In het begin een tijd waarin onze ouders het financieel best zwaar hadden, al
beseften wij als kinderen dat niet. Ik speelde tussen de ruïnes, raakte bevriend, verliefd, zwom met
vrienden in de toen al vieze Rijn en ging naar party’s. Op de lagere school had ik moeite me te
concentreren. Onduidelijk is of dit een reactie was op de gebeurtenissen tijdens de oorlog, omdat
vooral de eerste vier tot vijf levensjaren belangrijk zijn bij de ontwikkeling van een kind. Bovendien
was sprake van dyslexie. Als kennelijk laatbloeier ging het echter steeds beter. Ik besloot na het
behalen van mijn Mulodiploma om boormeester te worden. Na een gesprek en test op het
hoofdkantoor van de Shell in Amsterdam-noord, kwam als advies om eerst de school voor
scheepswerktuigkundigen te volgen, waarna de Shell een aanvullende opleiding zou verzorgen.
Deze studiekeuze was van invloed op mijn latere loopbaan als koel- en luchtbehandelingsspecialist.
Na het kiezen van een loopbaan zwierven wij uit en verloren elkaar uit het oog. Soms na jaren kwam
je elkaar weer tegen zoals Zwier en Ellen de La Mar, Paul Krijnen**04) en zijn zusje Pam, Jacques
Magendans met partner Nicolette Muller**05), of namen die jaren later de revue passeerden in
publicaties en kranten of via radio en TV, zoals met Pierre Courbois en partner Wenny van Dam, Klaas
Gubbels, Truusje Kroese met de veel te vroeg overleden Ton Wijkamp, Johnny van Doorn (Johny The
Selfkicker) en veel anderen. Tot mijn vertrek richting Bangkok en tijdens mijn verlof was ik als lid
actief in Jazz- en kunstkring ‘’De Kameleon’’. Het was een wereldje rond de Arnhemse kunstacademie
en toneelschool, met jongeren waarvan velen later bekend zouden worden en een tijd die ik voor
geen geld had willen missen.
3
In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen een rol.
1961-1965
9 mei 2011
**04) Paul Krijnen was ik uit het oog verloren. Op 26 juni 2012 overleed Zwier de La Mar en ontmoette ik Paul
tijdens de begrafenis. Toen bleek dat Paul als bestuurslid van de Zondagsschilders, regelmatig vergaderde bij
onze dochter Danielle in het souterrain aan de Prinsengracht, dat ik met haar moeder ben getrouwd en wij
daarboven wonen.
**05) Nadat ik op 11 oktober 1998 Henriette voor het eerst ontmoette, ging ik die avond per trein terug van
Amsterdam naar Apeldoorn. Daar vroeg een tegenover mij plaatsnemende dame of ik Peter Uges was en zat
Nicolette Muller na ongeveer 35 jaar plotseling tegenover me? Zij vertelde dat men op zoek was naar foto’s uit
De Kameleon? En ik beschik over meerdere dia’s, toen genomen tijdens concerten?
Jazz in de Kameleon
Juultje
Begin januari 1968 schreef ik na zes bijzondere jaren mijn ontslagbrief als WTK. Jammer? Ja! Ik miste
vooral mijn regelmatige bezoeken aan Bangkok, Hongkong, Melbourne en in het bijzonder Sydney
waar ik o.a. van 1962 t/m 1967 zag hoe de bouw van het Sydney Opera House vorderde (in 1973
geopend**06). Op mijn laatste schip het ‘’MS Tjiluwah’’ (200 passagiers) kreeg ik van de 2e WTK de
bijnaam Juultje de fixer. Waarom Juultje heb ik nooit geweten, maar het was wel een erenaam. Als er
iets fout ging en niemand het lukte om dat te herstellen, dan lukte het mij wel. Later bleek dat ik aan
boord een zeer goed gevoel had ontwikkeld voor trouble shooting.
**06) Sydney en Opera House zag ik pas 30 jaar later in 1999 terug, tijdens The IIR International Congres of
Refrigeration (= koudetechniek) en nogmaals in 2010 tijdens The IIR Lorentzen Conferece on Natural Working
Fluids (= natuurlijke koudemiddelen).
4
Heike Kamerlingh Onnes en de KNVvK.
In 1988 werd ik op voordracht van Prof A. Stolk benoemd tot hoofdredacteur van het technisch-
wetenschappelijke tijdschrift “Koeltechniek” (nu RCC-Koude & Luchtbehandelin) en kreeg kort
daarop ook de redactie over Klimaatbeheersing (nu TVVL-magazine). Toen ik een opmerking maakte
over mijn woordblindheid (dyslexie) reageerde Stolk met: jij kent het vakgebied, kunt een inhoudelijk
goed verhaal schrijven en beoordelen en heb je wel eens iets gehoord over correctrices? Nou die
hebben wij! Enfin, niet gekweld door enige kennis op het gebied van bladen, maar geholpen door
mijn nieuwe collega’s en als redding de wordprocessor, werd dat een succes. Binnen een jaar lukte
het om van een noodlijdend blad, dat 90 jaar eerder werd gestart door Nobelprijswinnaar Heike
Kamerlingh Onnes, een succes te maken. Vanaf begin jaren 90 was het Harja Blok die mij bij het
verder uitbouwen van het blad hielp en van af 1993 mijn taak als hoofdredacteur overnam. Dat werd
vriendschap voor het leven en het bestaan van een redactioneel koppel tot zelfs na mijn 70e. In 2011
werd ik benoemd tot erelid van de KNVvK (eveneens door Kamerlingh Onnes opgericht en nu
Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude). Ook daarna verschenen veel publicaties samen met
en/of gecorrigeerd door Harja.
Amsterdam
Henriette Taurel (06-09-1930), de laatste Taurel in Nederland**07)
De Natuurkundige ir. Louis i.m. Taurel was een van de vijf kinderen van André-Benoit Barreau Taurel
(1794-1859) en de Italiaanse Henriëtte Thevenin. André leerde haar in 1818 en dus meer dan
tweehonderd jaar geleden in Rome kennen, toen hij als Parijse winnaar van de Prix de Rome, per
koets in Rome arriveerde. In 1828 kwamen Andre en echtgenote Henriette op verzoek van Koning-
Willem-1 naar Amsterdam en werd hij daar directeur van de grafeerafdeling van de Koninklijke
Academie voor beeldende kunsten. Samen met de architect M.G. Tetar van Elven kwamen zij op 9
september 1839 op het idee een kunstenaarsvereniging op te richten. Arti et Amecitiae (zie het in
1989 verschenen ‘’1839-1989, 150 jaar Maatschappij Arti et Amicitiae een vereniging van ernstige
Kunstenaars’’) en nu dus meer dan180 jaar geleden.
Henriette Thevenin (1816)
Henriette Taurel
J.A.D.Ingres (1780-1867) Gem. Museum- Den Haag
Het Fregat ‘’La Lutine’’; (Te water september 1779; december 1793 veroverd door de Engelsen en
omgedoopt tot Lutine) is op 9 oktober 1799 vergaan bij Terschelling op ’t Vlie. Zoon Louis speelde in
1857 een belangrijke rol bij het zoeken naar goud en zilver in het wrak van de Lutine.
5
Hij was gehuwd, maar had geen kinderen maar wel een zuster (Marie) en twee broers (André-
Sympherien en Charles). Broer André S. Taurel trouwde met Anna de Vries. Hun zoon Henri-G. André
Taurel trad in het huwelijk met Petronella J.de Bie de grootouders van de nu in 2021 al 91-jarige
Henriëtte Taurel. (Zie ‘’Lutine De spannendste Nederlandse goudjacht ooit’’ uteur Martin
Hendriksma ISBN 978 90 445 1907 5 NUR 402)
**07) Ongelofelijk, een rol van 3 m lang en 1 m hoog met 585 jaar historie van één familie vanaf 1425.
In werkelijkheid en aantoonbaar, gaat de geschiedenis van de Franse familie Taurel terug tot zelfs ca. 1200. Er is
nu sprake van 26 takken Taurel, verdeeld over o.a. Frankrijk (Parijs, Marseille, Toulouse, Provence), België (Luik
en Brussel), Duitsland (Düsseldorf), Martinique en Nederland (Amsterdam). Wat Nederland betreft komt hier
aan de naam Taurel, met als laatste rechtstreekse afstammeling Henriette en gezien haar leeftijd (06-09-1930),
binnen afzienbare tijd een eind.
Piet Hein
Het voormalige Koninklijke jacht ‘De Piet Hein’ **08) kwam gedurende oorlog in Duitse handen. Voor
de oorlog waren er twee schippers. Eén daarvan was Oom Kees van Henriette, die was gehuwd met
Tante Aaf. Henriette mocht als klein meisje tot aan de oorlog, zo nu en dan met haar oom meevaren
door Amsterdam op het toen nog prinselijke jacht “Piet Hein” en zat dan aan dek in een rieten stoel
met een glaasje ranja. Het kon dan gebeuren dat van de kant, of een brug werd geroepen: ‘Rijke
stinkers’! Oom Kees zei dan ‘meisje wuiven’.
Hongerwinter
Tijdens de hongerwinter ging haar moeder samen met haar oudste zusje Kokkie op een fiets met
houtenbanden en deels lopend helemaal van Amsterdam naar Ommen, om daar wat eten te
bemachtigen. Dapper? Ja, maar er was geen andere keuze om met vier kinderen te overleven.
Grote Club.
Als erg vermagerd 14 jaar oud meisje stond Henriette bij de bevrijding te kijken op de Dam, toen de
Duitsers van uit de Grote club begonnen te schieten. Eén van de omstanders heeft na het inslaan van
een etalageruit, haar ergens mee naar binnen getrokken en later naar huis gebracht. De man is na
haar thuis te hebben afgeleverd, gewoon verdergegaan. Helaas is niet bekend wie.
Sail 2010, Henriette met op als achtergrond de Piet Hein
Oom Kees en Tante Aaf
**08) Samen met haar drie kinderen, kleinkinderen, familieleden en echtgenoot Peter, vierde zij op zondag 6
september 2015 haar 85e verjaardag en dankzij de medewerking van de Stichting Piet Hein aan boord van het
schip waarop zij als klein meisje 77 jaar geleden mee mocht varen.
6
1962 t/m 1967: Samenvattingen uit brieven aan het thuisfront
1e termijn Far East 1962-1964
Mijn vader heeft veel van mijn brieven bewaard, die ik in de jaren zestig heb geschreven aan het
thuisfront. Ze geven een goed tijdsbeeld, van het begin van mijn loopbaan. Door de jaren heen
speelden toen, maar ook daarna, al of niet toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen een
doorslaggevende rol. Het is een reis door een tijd die formeel in 2011 zou eindigen als erelid van de
KNVvK (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude), maar in de praktijk voortduurt tot vandaag
(2021) als specialist betrokken bij de ontwikkeling en promotie van indirect adiabatische koeling.
KPM = koninklijke Pakketvaart Maatschappij
KJCPL = Koninklijke Java - China - Japan Lijnen en was toen een dochter van de KPM
Voor de KJCPL werd echter meestal de meer commerciële naam RIL = Royal Interocean Lines gebruikt.
Vertrek 23-01-1962 aan boord KLM DC8 Oriville Wright**09)
Ik vertrok van het oude Schiphol naar Bangkok. Dat waren toen nog vluchten met een groot aantal
tussenstops. Toen ik dit schreef vloog ik ergens tussen Rome en Cairo. Het starten en dalen is wel het
mooiste. Ik zat juist boven de bakboord vleugel en had een prachtig uitzicht. Toen we vertrokken kon
ik jullie nog zien staan. Aangekomen in Bangkok ging ik aan boord van de MS Sinabang (KPM) en
vertrok als leerling werktuigkundige. De Sinabang voer onder de vlag van de KJCPL (of RIL) op de
South Pacific service: Bangkok -> Noord-Borneo -> Singapore en Australië. Behalve als vrachtschip
was er ook accommodatie voor maximaal negen passagiers.
KLM DC8
**09) De KLM DC8 Oriville Wright stond op 29 juni 1968 voor onderhoud geparkeerd in een hangar op Schiphol.
Tijdens werkzaamheden deed zich een explosie voor en ging het toestel bij de daaropvolgende brand verloren.
Zie ook op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=DUPQPX_1wLg
Per KLM naar Bangkok
Van (het oude) Schiphol naar Frankfort was ca. 40 minuten vliegen. Boven Amsterdam was het een
prachtig gezicht met al die kleine huisjes. Boven de wolken lijkt het of je over een groot besneeuwd
berglandschap vliegt. Soms komt een berg recht op je af en dan vlieg je er dwars doorheen. Is een
stukje onbewolkt dan zie je een paar stadjes of dorpjes, een rivier (de Rijn) enz. Na een stop van 30
minuten vertrokken we om 12,30 uur weer van Frankfort naar Rome. Dit is 1,25 uur vliegen. Boven
de besneeuwde Alpen was het onbewolkt. Het was een prachtig gezicht, dan plotseling midden
tussen de bergen een lang meer, gevolgd door wat kleinere. Hierna volgden nog wat lagere bergen
en heuvels en dan plotseling de Middellandse Zee. Ik ben ook nog even in de cockpit geweest. Het is
daar een en al meters, knopjes waar een leek niets uit wijs kan worden. Als je boven Rome aankomt,
is het eerste wat uit de lucht opvalt de Sint-Pieter. Tussen Rome en Frankfort heb ik een lunch gehad,
idem tussen Cairo en Bahrein en tussen Karachi en Bangkok. Van Rome gingen we naar Cairo.
We waren daar na 3 uur vliegen om 6,10 uur plaatselijke tijd. De koffie in het restaurant van Cairo
was zeer slecht. Van Cairo naar Bahrein is 2,10 uur vliegen. Het is een olie-eiland ergens in de
Perzische golf. Van daar naar Karachi is ca. 2 uur vliegen.
7
Hier gingen alle passagiers eerst met een verkeerde bus naar een verkeerde plaats op het vliegveld
en daarna alsnog met een andere bus naar het prachtige KLM-Hotel waar we 2 uur bleven.
Van Karachi is het 4,20 uur vliegen naar Bangkok, waar we om 7 uur (1 uur plaatselijke tijd) aan
kwamen, met dus een tijdsverschil van 6 uur. Op dit laatste stuk vlieg je op ongeveer 11 km hoogte.
Van uit de lucht gezien is Bangkok nogal uitgestrekt. Je zag de woonbootjes in de rivieren liggen. Het
vliegen lijkt op een rustige trein, alleen als je in een luchtzak terecht komt dan schudt het toestel.
MS Sinabang (2193 BRT)
1949 Werf: V.d. Giessen & Zonen te Krimpen a/d Ijssel
1967 verkocht naar Singapore en herdoopt in Kota Naga.
In juni 1981 gesloopt.
Aan boord van MS Sinabang Onderweg van Bangkok -> naar Sibu (Sarawak) 29-01-1962
Op het ogenblik dat ik dit schrijf is de zee nogal ruw door een scherpe passaatwind. Het is hier nu de
natte tijd en dus het koelste (25 ºC.). Van zeeziekte heb ik tot nu toe nog geen last gehad, maar dat
komt nog wel. Ik moet eraan wennen dat de vloer steeds op en neer gaat.
A.b. MS Sinabang: Uges, Smulders, van Tellingen.
MS Sinabang; te Sibu (Sarawak) 31-01-1962
Vannacht hebben we halfweg op de Rivier naar Sibu (nog 6 uur landinwaarts varen) gestopt omdat
daar een zandbank ligt waar we alleen met hoogwater overheen kunnen (van Bangkok naar Sarawak,
is ca. 4 dagen varen). We hebben toen de nooddynamo gestart om een hoofdkoelwaterpijp van de
hulpmotor te repareren. Dus moesten de beide hulpmotoren (aandrijving dynamo) stoppen en
kregen we stroom d.m.v. de nood-dieselmotor, die op zijn beurt weer de nooddynamo aandrijft.
Deze staat helemaal op het bovendek. Het was wonderlijk stil in de machinekamer toen daar alles
stopte. Je kon nu met elkaar praten zonder te moeten schreeuwen. De rivier is prachtig langs de
oever. Niets dan mangroves en moeraspalmen. Pas een paar mijl voor Sibu zijn de oevers bewoond.
We kregen bericht dat, we ook nog naar Kuching (een dag varen) en Port Swettenham (sinds 1972
Port Klang) en ook een dag varen gaan en daarna pas naar Singapore.
MS Sinabang; Singapore -> Portugees-Timor februari 1962
Op het ogenblik dat ik dit schrijf bevinden wij ons midden in de Indonesische wateren. Vanmiddag
moest ik aan dek een Winch repareren en kon je soms de kust van een aantal Indonesische eilanden
zien. We gaan nu dus naar Portugees Timor en moeten anders een hele omweg maken, vandaar dat
we door de Javazee gaan. De Sinabang is een van de weinige schepen van de Ned. Koopvaardijvloot,
die zich hier nog waagt, want Soekarno beschouwt de Javazee als zijn gebied. Als jullie deze brief
ontvangen zitten we echter alweer ergens op zee van Timor Dilly naar Brisbane. Vanavond heb ik
naar Radio Nederland geluisterd en o.a. iets gehoord over de geslaagde lancering van John Glenn en
dat er een akkoord is gekomen tussen Parijse en Algerijnse opstandelingen.
8
Pauwels schijnt nu ook vrij te zijn. Ik ben nu voor het eerst de evenaar gepasseerd, maar hier aan
boord wordt daaraan niets gedaan (geen Neptunus).
P.S.: Maak je er niet ongerust over dat we door de Javazee varen, want tot nu toe is er nog nooit een schip
aangehouden uitgezonderd MS de Noord-Holland, maar die bevond zich in de erkend Indonesische wateren.
Wij zijn dan wel vlak langs de kust vooral bij Timor gevaren, maar er was geen Indonesiër te bekennen en de
Javazee (al beweert Soekarno van niet) is toch nog altijd een open zee. Hier aan boord maken we ons daarover
dan ook niet erg druk.
MS. Sinabang voor anker bij Timor Dilly
MS Sinabang; te New Castle 11-02-1962
Op Timor ben ik alleen de wal opgegaan. Het is een prachtig eiland, zoals ik me altijd het Indische
platteland heb voorgesteld. Ik heb er een hanengevecht gezien, maar de inlanders hadden meer
belangstelling voor mij als enige blanke, dan voor de hanen. Timor Dilly stelt niet veel voor, de
inlanders zijn erg arm**10). Op het ogenblik is het hier in New Castle maar 22 ºC en dat vinden we
erg koud. Vlak voor Brisbane zwom gedurende zeker een uur, een school dolfijnen met het schip
mee. Ze sprongen daarbij steeds boven het water uit. Ook zagen we vliegende vissen.
**10) Indonesië (Soeharto) annexeerde in 1975 en slechts negen dagen nadat het voormalige Portugees Timor
onafhankelijk werd, dit Oostelijk deel. Onder grote internationale druk hief het Indonesische parlement in
oktober 1999 het decreet betreffende de annexatie van Oost-Timor op. Een VN-vredesmissie (UNTAET) landde
op het eiland, nam het bestuur over en bracht stabiliteit. In mei 2002 verklaarde Oost-Timor zich onafhankelijk.
Bron: Geschiedenis van Indonesië - Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Indonesië
Timor Dilly: Hanengevecht
Het Great Barrier Reef
Onze gezagvoerder Kapitein Breebaard, woont in Sydney en is bevoegd om als loods door het Great
Barrier Reef te mogen varen. Dat betekent niet alleen een veel kortere, maar vooral ook unieke route
die weinigen zullen hebben gemaakt. De Sinabang (ca. 2304 b. ton) is ongeveer het grootste schip
dat daar doorheen kan. Van uit Straat Torres met aan de ene kant de Golf van Carpentaria en aan de
andere de ingang van het Great Barrier Reef, ligt een lichtschip met de naam Carpentaria.
9
Het lichtschip ligt tegenwoordig in het Maritiem museum Sydney. Bij het passeren hoor je het geluid
van een bel, die wordt geluid door de beweging op de golven van dit overigens onbemande
lichtschip. Daar kiezen passerende schepen een veilige route. Met kapitein Breebaard gingen wij
echter door gebieden waar normaal de schepen niet komen. Met gedurende een deel van de tocht
de machinekamer op stand-by, voeren we soms vlak langs rotsen en leek het of we er tegenaan
zouden botsen. Dan weer tussen/langs al of niet begroeide eilandjes, soms met een vuurtoren en
ook langs een paar scheepswrakken van gestrande schepen. Volgens de kapitein vaak schepen die
vast waren gelopen tijdens de oorlog (de Jap kwam daar niet). Kapitein Breebaard ging in Sydney met
verlof en heb ik daarna die binnendoor route nooit meer gevaren.
1962: Lichtschip Carpentaria voor anker
2010: Lichtschip Carpentaria in het Australisch
Aan het begin van het Great Barrier Reef
Nationaal Maritiem Museum te Sydney
MS Sinabang; Devonport -> Sydney 25-03-1962
Op het ogenblik passeert de Oranje. Ik kan haar van uit mijn patrijspoort zien en ze loopt ons wel
aardig snel voorbij. Wij met ca. 10 mijl/h en zij met ca. 22 mijl/h**11).
**11) Het was september 2018 alweer 80 jaar geleden dat de Oranje op 8 september 1938 te water werd
gelaten. Ook lag er in Nieuw-Guinea (1962/63) een gouvernementsvaartuig met de naam Oranje.
MS Sinabang; te Sydney 26-03-1962
We liggen nu in Sydney aan de nieuwste en modernste kade. Deze wordt normaal alleen voor de
grote passagiersschepen gebruikt. De Oranje is nu echter aan een oude smerige kade afgemeerd. Het
waarom is niet duidelijk, maar misschien heeft het te maken met a.s. woensdag. Dan is hier een
staking van de havenarbeiders (komt hier vaker voor). Wij gaan straks regelrecht naar Tawau ->
Sandakan -> Jesselton (nu Kota Kinabalu) allen gelegen in Sabah -> het eiland Labuan -> Songkla
(Thailand) en dan weer naar Bangkok. Vanwege de problemen met Indonesië gaan we boven om
Nieuw-Guinea heen (dus niet eronder langs). Wel raar, want om op Portugees Timor te komen
moesten wij door de internationaal erkende Indonesische wateren. Nu echter schijnt het plotseling
te gevaarlijk te worden. Vandaag hoorden wij over Radio Nederland iets over een Indonesische
aanval op een Nederlands marinevaartuig. Maar meer weten we nog niet, behalve dat ze in den Haag
“verontrust” zouden zijn**12).
**12) Dit betroffen drie Indonesische oorlogsschepen die op de kust van Nieuw-Guinea afvoeren. Zij werden
onderschept door twee Nederlandse oorlogsschepen die toen het vuur openden, waarbij een Indonesisch
vaartuig in de grond werd geboord en een tweede in brand vloog.
MS Sinabang; Sydney -> Tawau en Sandakan (Sabah) 07-04-1962
We bevinden ons nu ergens boven Nieuw-Guinea en zijn gisteren twee vulkanen gepasseerd. Een
ervan rookte een beetje, terwijl de andere blijkbaar pas een uitbarsting heeft gehad, want de top
was helemaal rood. Jammer genoeg was het weer nogal nevelig. De vulkanen liggen op eilanden vlak
bij de grens van het Nederlandse en Australische deel van Nieuw-Guinea.
10
Wij hebben nu de kust verlaten en gaan met een enorme boog om Sorong heen. De maatschappij is
bang geworden i.v.m. de gevechten hier in de buurt. Wij gaan zelfs vlak onder de Filippijnen door
naar Tawau en Sandakan. Onderweg hebben we een hulpmotor moeten repareren, omdat koelwater
in de smeerolie terecht kwam. Wel een risico omdat wij daardoor tijdens de vaart maar over één
hulpmotor konden beschikken. De temperatuur in de machinekamer is + 40 ºC. en drink daar niets
anders dan ijswater en ijsthee. Het is maar goed dat ik goed kan transpireren, want zonder dat houd
je het hier niet lang uit.
Vulkaan op de grens van Nederlands en Australisch Nieuw Guinea
MS Sinabang; Sandakan -> Jesselton (Kota Kingbalu) april 1962
In Tawau hebben de Chinezen drie jonge haaien (ca. 1 m lang) en een grote hamerhaai (ca. 2 m)
gevangen. Wij (de officieren) gaan vaak vissen, maar de Chinezen (de overige bemanning) zijn hierin
ware meesters. Wij doen dat met een nylon draad (ik heb 110 yard) en een bonk lood (gewicht
afhankelijk van de stroming), voorzien van een of twee haken maar vreemd genoeg zonder aas. Als er
vraatzuchtige vissen zijn, vang je er soms twee tegelijk. Het binnenhalen van die grote haai zonder
hengel werd een enorm gevecht en lukte pas na afmatten en heel voorzichtig aan boord halen. Ook
in de haven van Sydney komen veel haaien voor. Op zee (dus onder de vaart) wordt soms gevist,
maar dan met een sleeplijn. Gisterenavond in Sandakan ving een Chinees een enorme rog. Niemand
had ooit zo’n groot exemplaar gezien, maar helaas viel hij net voordat het beest binnenboord kon
worden getrokken terug in het water. Tot nu toe heb ik een paar redelijke vissen gevangen plus wat
kleintjes. Deze week zagen we aan het begin van de avond, om ongeveer tien uur een kunstmaan
overkomen. Het was een kleine ster die betrekkelijk snel langs de donkere hemel bewoog (Red.: dat
was toen nog bijzonder).
MS Sinabang; Bangkok -> Sibu (Sarawak) April 1962
We hebben Bangkok alweer verlaten en gaan nu via Sibu en Port Swettenham (tegenwoordige naam
Port Klang) naar Singapore, waar we in dok zullen aan. Ik heb op het eiland Labuan (een
vrijhandelshaven voor de kust van Noord-Borneo) samen met de kapitein, 1e stuurman HWTK, 3e
WTK en twee passagiers **13) en **14), een tocht in twee taxi’s gemaakt. Het was werkelijk
prachtig. De weg voerde soms dwars door het oerwoud. Vaak was het niet meer dan een zandpad.
We kwamen toen o.a. bij een prachtig kerkhof uit de 2e wereldoorlog. Hier liggen ca. drieduizend
Australiërs en ook een aantal Indiërs. Bovendien heeft men ook nog eens drieduizend namen in
Steen gebeiteld van diegenen die men in de jungle nooit heeft teruggevonden.
11
Ook zijn we naar de andere kant van het eiland gegaan, waar midden in een bos met palmbomen en
vlak bij het strand een gedenksteen ligt op de plaats waar de Jappen zich overgaven (voor geheel
Borneo). Het strand lijkt net op een zuid-zeestrand zoals je wel eens op een plaatje of film ziet.
Langs/op het strand dus palmen en wat vissersbootjes. In het water een paar vissers en spelende
inlandse jongetjes. Als je daar zo rondrijdt, kan men zich goed voorstellen hoe zwaar dit terrein moet
zijn geweest om in te vechten. Achter iedere struik of in iedere boom kon zich een Jap bevinden, die
zou proberen je neer te schieten. Het is dan ook geen wonder, dat hier ongeveer zesduizend man
sneuvelden.
**13) Mrs. Leng (Dunedin- Nieuw Zeeland) is al 33 jaar getrouwd en gaat op bezoek bij haar zoon in Singapore.
**14) Mrs. Dax (Melbourne) is op weg naar Singapore waar haar echtgenoot aan een congres deelneemt.
Twee aardige dames, die echter samen niet goed door een deur kunnen en bijvoorbeeld onderling woorden
hadden over wie aan tafel naast de kapitein mag zitten.
Zowel Mrs. Dax als Mrs. Leng zou ik later weer in resp. Australië en Nieuw-Zeeland ontmoeten.
Het laden van Rijst in Bangkok ging toen nog per zak
MS Sinabang; In dok te Singapore 16-05-1962
Op zondag (6-05) ben ik samen met de 2e WTK, 4e WTK, 3e stuurman, Sparks en Mrs. Leng op
gehuurde fietsen van uit Sibu een eind de Jungle in gereden. Vaak moesten we lopen, maar we
bereikten toch ons doel, een Long house. Dat wil zeggen een lang familiehuis, waarin Dajaks wonen.
Zodra iemand trouwt wordt er een vertrek aangebouwd. We werden ontvangen door het stamhoofd
en mochten ook in het huis kijken. Onder een bank lagen daar vier oude handkanonnen die minstens
honderd jaar of ouder moeten zijn. Maandag (7-05) heb ik na aankomst in Kuching (Sarawak) en in
de schemering aan de rand van de Jungle (net achter het vliegveld) geluidsopnamen gemaakt. Al met
al zo’n drie kwartier. Ik zag er toen ook een paar apen. In Bangkok heb ik een aantal tempels bezocht.
Ik ontmoette daar een Boeddhistische monnik die in zijn tempel het kamertje waarin hij woont heeft
laten zien. Vrijwel alle Boeddhistische mannen verblijven eenmaal tijdens hun leven in een tempel.
Hier maken ze kennis met de Boeddhistische leer en kunnen ervoor kiezen monnik te worden.
Hij heeft er echter voor gekozen Engels te gaan studeren. Ik heb hem aan boord uitgenodigd. Mijn
collega’s keken wel even raar, toen ik met een monnik in de bekende gele jurk aan boord kwam.
Hier in Singapore op de Clifford Pier kun je goede saté krijgen.
MS Sinabang; Singapore -> Brisbane 17-6-1962
Het weer is vandaag slecht. Gisteren ontvingen wij radio Makassar. Zij gaven een uitzending in het
Nederlands en speciaal bestemd voor onze Nederlandse vrienden in Irian-Barat**15) (Ned. NG).
Helaas zetten wij de radio pas bij het einde van hun uitzending aan.
12
Vorige week werd met een sleeplijn een Tonijn van 90 pond en 151 cm gevangen. Om die binnen te
halen hebben we de hoofdmotor moeten stoppen. Nu we langs de kust van Nieuw-Guinea varen,
ontvangen we dagelijks radio Biak, die soms Nederlandse en soms Maleise uitzendingen verzorgt.
Bij een Long house
Oude gesnelde koppen
**15) Nederlands Nieuw-Guinea is van af 1962 een aantal malen van naam veranderd. Tegenwoordig zijn het
de Indonesische provincies Papoea en West-Papoea
MS Sinabang; te Brisbane 23-6-1962
Onderweg mijn verjaardag gevierd. Als nu 21-jarige hoef ik geen belasting meer te betalen, maar wel
wordt AOW ingehouden en afgedragen.
MS Sinabang; Melbourne -> Devonport (Tasmania) 06-07-1962
In Melbourne ben ik drie keer naar de tandarts geweest. Een van mijn snijtanden was pijnlijk. Het
bleek dat deze dood ging of al was. De tandarts heeft toen de zenuw er zonder verdoving uit kunnen
halen. Ik voelde daar bijna niets van. Gisterenavond hebben de 1e stuurman, de Sparks en ik gegeten
bij de familie Dax in Melbourne. Mrs. Dax was drie maanden geleden een van onze passagiers.
Zij nodigde de officieren uit die ze nog kende van haar trip naar Singapore, om te komen dineren. Wij
zijn er enorm gastvrij en aardig ontvangen. Haar man is psychiater of psycholoog, die toen hij hoorde
dat ik uit Arnhem kwam, vertelde dat hij ook eens een bezoek had gebracht aan het Psychiatrisch
ziekenhuis te Wolfheze en waaraan mijn vader dus is verbonden als apotheker/hoofd van het lab. Hij
verzocht om, aan zijn collega en directeur Van der Drift**16) en **17) hun groeten over te brengen.
Ik werd uitgenodigd om de volgende keer met hen te gaan picknicken.
Thuis bij de familie Dax
Barbecue met de familie Dax in de omgeving van Melbourne
13
**16) In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen een rol.
Dat mrs? Dax passagiere was op de Sinabang (april ’62) en haar man en mijn vader beiden Dr? van der Drift
bleken te kennen, is zo’n toevallige ontmoeting? Van af die reis was ik voor zover het werk dat toeliet, in
Melbourne thuis bij de Familie Dax. (Gekscherend mijn Australische ouders).
**17) Bladerend in het fotoboekje: Vier geschonden dorpen in 1945, vond ik een foto van het tijdens de slag om
Arnhem zwaar beschadigde huis van Dr. van der Drift op het terrein van het Psychiatrische ziekenhuis Wolfhese.
MS Sinabang; te Sydney 11-07-1062
Door een tropische storm met erg veel regen gaat het laden zeer traag en vertrekken we later dan
gepland.
1962-1967: Bij ieder bezoek aan Sydney, de steeds verder vorderende bouw van het Sydney Opera house.
MS Sinabang; Sydney -> Tawau (Sabah) 22-07-1962
In mijn hut is het nu 30 ºC en in de machinekamer 40 ºC. Ik ben tot nu toe nooit zeeziek geweest en
hooguit bij zwaar weer wat katterig.
MS Sinabang; Bangkok -> Sibu 14-08-1962
Naar Sibu betekent ca. vijf tot zes uur de rivier opvaren. Tijdverschil Singapore - Sydney = 2,5 uur. Dat
wil zeggen dat de klok dan 5 x een half uur wordt verschoven, dus of 5 x een half uur langer of korter
op wacht. Onderweg kwamen we de MS Van Cloon tegen en op weg naar Brisbane. Niet ver van
Nieuw-Guinea zag de stuurman plotseling een lichtje in zee. Wij wijzigden van koers en de
machinekamer moest stand-by, om te gaan kijken. Het was echter een verlichte vissersboei en dus
loos alarm. Ons schip was echter tot z’n merk toe geladen en door het van koers veranderen kwamen
de golven plotseling dwars over, met als gevolg dat de hutten van de 4e wtk en 3e stuurman blank
stonden. Gelukkig had ik m’n patrijspoort dicht en bleef zo voor een dergelijke stortvloed bespaard.
MS Sinabang; Sibu -> Kuching (Sarawak) 19-08-1962
Bericht ontvangen dat ik in Singapore als 5e WTK wordt overgeplaatst naar de MS Van Cloon en dus
het schip dat we vlak bij Brisbane passeerden. De van Cloon vaart net als de Sinabang voor de KJCPL,
maar dan op de New Sealand - East Australia Service. Het schip vaart van af Singapore via de Fiji
eilanden naar Nieuw-Zeeland en van daar naar Australië, Nederlands Nieuw-Guinea, de Filipijnen,
Borneo, Bangkok, Hongkong en weer terug naar Singapore, een tocht van ongeveer vier maanden.
14
MS Van Cloon (2843 BRT)
1955 Werf: IJsselwerf-Gorinchem
1969 verkocht naar Panama en herdoopt in Eastern Prosper + vergroot tot 3549 b.
Daarna weer verkocht en herdoopt tot Meng Horng.
In november 1984 gesloopt.
In Singapore op 24-08-1962 overgeplaatst naar van MS Van Cloon.
De Van Cloon **18) heeft behalve ruimen voor stukgoed, ook vriesruimen. Het schip heeft geen
passagiersaccommodatie, uitgezonderd een z.g. owners cabin voor maximaal twee passagiers. Door
deze overplaatsing kwam ik voor het eerst echt in aanraking met koeling en werd mijn belangstelling
voor de koudetechniek gewekt.
Manoeuvreerstand MS van Cloon,
(vollekracht vooruit).
Hoofdmotor met olieman
**18) Het betreft een serie van drie zusterschepen. Behalve op de Van Cloon, voer ik Van 1965 t/m 1967 ook als
4e WTK op de Van Noort en als 3e WTK op de Van Neck. In het Scheepvaartmuseum is een zilveren miniatuur
model van de Van Neck dat in 1955 werd overhandigd bij de overdracht door Boele’s Scheepswerven aan de
KPM. De Van Neck werd in 1969 verkocht en zonk op 29 juni 1982 op weg naar Singapore als MS Winnow door
een lekkage in de machinekamer.
Ms Van Cloon; Singapore -> Fiji 10-09-1962
Positie 12-56 Z en 156-30 O; storm met zware zeegang; temperatuur in mijn hut: 27,5 ºC gr C.
Nu dus als 5e WTK op de Van Cloon. Het is een nieuwer en moderner schip dan de Sinabang met als
zusterschepen de Van Noort en Van Neck**18). Mijn hut is aanmerkelijk groter met o.a. een grote
leren bank. Op de Sinabang moesten we het doen met gelijkstroom, maar hier is in de hutten 220
volt wisselstroom beschikbaar. Mijn bandrecorder werkte aan boord van de Sinabang daarom op
batterijen en hier dus met behulp van een netvoedingsapparaat gewoon op het net. Na ons vertrek
uit Singapore gaan we nu rechtstreeks naar de Fiji eilanden (Suva en Lautoka), dan door naar Nieuw-
Zeeland (Auckland, Lyttleton en Dunedin) en dan via de Tasmanzee (berucht vanwege het slechte
weer) naar Australië (Melbourne, Sydney, Brisbane). Onze 1e stuurman (Gramberg) is de zoon van
een lepraspecialist die veel voor de Doopsgezinde zending heeft gewerkt.
MS Van Cloon; te Dunedin 07-10-1962
Ik zit nu dus zo ongeveer aan de andere kant van de aarde (11 uur verschil). Zodra jullie gaan werken
gaan wij naar bed. Hier is het voorjaar bij jullie najaar. Eergisteren vlak voordat we in Lyttleton
aankwamen zagen we van uit zee de besneeuwde bergen van de N. Z. Alpen. Een prachtig gezicht.
Het is hier nu dus voorjaar met temperaturen die redelijk vergelijkbaar zijn met het voorjaar in
Nederland.
15
De Fiji eilanden deden mij denken aan Tahiti. Een prachtig gezicht zijn nachts de grote vuren op de
heuvels. Men verbrandt daar dan de bladeren van suikerriet. In een winkeltje werden wij
aangesproken door een Nederlandse vrouw die daar met echtgenoot en dochtertje woont (fam.
Giles**19). De Chinezen hebben een enorm groot net voorzien van grote mazen. Dat hangen ze in de
haven langszij. Veel soorten vis eten van de scheepshuid. De grotere blijven dan met hun kieuwen
achter de mazen hangen, de kleinere hebben daarvan geen last. De verblijven van de
machinekamerbemanning bevinden zich op het achterdek. Uit een van de douches hadden ze de
deur tijdelijk verwijderd en met een paar planken en wat zeil ontstond daar een badkuip, groot
genoeg om de vissen in leven te houden. Met behulp van een brandslang hield men die vol zeewater.
Dus als we verse vis willen, dan ga je naar achteren en kies je een vis uit met ‘’me lykie that one’’.
(Pidgin-English). In Lautoka wilde een hamerhaai (een van de meest gevaarlijke soorten) een al
vastzittende vis verschalken, maar kwam zelf vast te zitten. Het beest werd levend en wel aan dek
gesleept en daar met knuppels gedood. Het was helaas te donker om er nog foto’s van te maken. De
vinnen werden er afgesneden en de rest ging weer overboord om daar te worden opgegeten door
zijn soortgenoten. Ik had Ab van Aalten (Klein Warnsborn) geschreven en hem de adressen gevraagd
van Harry Hendrikx (Brisbane) en Wim van Dijk. Wim heb ik hier in Wellington bezocht. Zijn vrouw is
in verwachting en hoopt binnen een maand hun eerste baby te krijgen**20). Volgens Wim gaat het
met zijn zuster Hetty uitstekend. Waarschijnlijk komt ze een tijdje naar Nieuw-Zeeland.
**19) Wij werden de volgende reisdoor de fam. Giles uitgenodigd en die zijn tijdens hun verlof bij ons in Arnhem
op bezoek geweest.
**20) Van Wim van Dijk kreeg ik in Sydney een brief dat hun dochtertje Karena was geboren.
MS Van Cloon; Sydney -> Brisbane. 29-10-1962
Ben in Melbourne weer op bezoek geweest bij de familie Dax. Van Brisbane gaan we eerst nog naar
Gladstone en van daar richting Hollandia. Ik ben erg benieuwd hoe het daar nu is. We zouden ook
naar Sjanghai gaan, maar dat gaat helaas niet door.
50 jaar Hollandia; foto 08-11-1962
Aankomst eerste Indonesische marinevaartuig
Nieuw-Guinea: MS Van Cloon te Hollandia 07-11-1962
Even een kort briefje van uit Hollandia. Zo te zien is hier alles rustig, maar er zijn hier al 150
Indonesische militairen. De UNTEA heeft hier dan ook niet veel te vertellen. De Indonesiërs maken zo
ongeveer uit wat er wel en wat er niet moet gebeuren. Het is zaak een beetje op je woorden te
passen. Vlak bij ons ligt een Indonesisch marinevaartuig (oude Amerikaanse landingsboot, Verder zie
je ook zo nu en dan een UNTEA wagen. Alle Nederlanders gaan hier voor 1 mei weg. (Er zijn nog maar
een paar Nederlandse vrouwen). Er wordt hier nog wel gewerkt aan de bouw van een kerk, maar aan
het nieuwe gebouw voor de N. Guinea Raad niet meer.
16
In Hollandia zie je nog veel wagens rijden die de N. Guineavlag of op de voorruit geplakt of aan een
standaard met zich meevoeren. Ik heb wat rondgekeken en zag o.a. de uitgebrande Jachtclub.
Behalve het gouverneurs vaartuig (de Oranje), de Van Cloon en het Indonesische marinevaartuig is
de haven leeg. Het Indonesische schip heeft de UNTEA-vlag in top, wij nog steeds de Nederlandse. In
Hollandia staan een Nederlandse- en een UNTEA-vlag naast elkaar. Indonesische vlaggen zie je
gelukkig nog niet. De Papoea’s zijn allen erg vriendelijk en zeggen je vaak gedag. Ik heb hier en daar
wat foto’s genomen.
MS Van Cloon; te Hongkong 15-11-1962
In Brisbane heb ik Harry Hendrikx en zijn vrouw Betty ontmoet**21).
**21) Harry’s vader was weduwnaar en adj? directeur van de Heidemaatschappij? Hij was van mening dat zijn
zoon zonder zijn hulp zelf op eigen benen moest gaan staan. Na zijn Mulo-diploma was het met Harry eerst
twaalf ambachten en dertien ongelukken. Zijn vader was dat een beetje zat. Toen Harry dan ook besloot te
emigreren naar Australië heeft hij wel zijn overtocht (per schip) betaald, maar moest hij zich daar verder zelf
bedruipen. Na eerst in Sydney te hebben gewoond, verhuisde Harry naar Brisbane en vroeg zijn vader om een
lening voor een tweedehandsauto, om daarmee te kunnen starten met een eigen bedrijf in tweedehands tv’s,
koelkasten e.d. Zijn vader stelde echter als voorwaarde dat hij alleen het geld zou krijgen, mits dat werd
gebruikt voor de aanbetaling van een nieuwe wagen (Holden pick-up). Daarmee ging Harry de boer op in de
omgeving van Brisbane en was al snel erg succesvol in het verkopen van vooral tv’s? Zijn eerste medewerkster
was Betty waarmee hij later trouwde? Samen hebben ze een goed lopende zaak in radio’s, ijskasten,
naaimachines e.d. opgebouwd. Iedere reis wanneer ik in Brisbane kwam, was het bedrijf weer gegroeid.
Omstreeks 1966 zelfs tot de grootste speciaalzaak in Brisbane. Als wij dan de haven van Brisbane binnenliepen
zag je een grote reclame: ‘’Hendrikx For the best deals in town’’? In 1967 verkocht hij het bedrijf aan een
concurrent en ging studeren aan een Australische universiteit. Zijn vermogen had hij belegd in vakantieparken,
want hij verwachte een sterke toename in het aantal vakantiegangers aan de kust (is ook gebeurd en vooral
Amerikanen). Na mijn thuiskomst in 1967 heb ik zijn vader een keer in Arnhem bezocht. Daarna ben ik helaas
het contact met Harry verloren.
Hongkong
MS Van Cloon; te Port Swettenham (Port Klang) 30-11-1962
Ik kom net terug van de Mariners Club hier in Port Swettenham (Maleisië) waar ik heb gezwommen
en gegeten (rijsttafel). In de tropen hebben de belangrijke plaatsen een dergelijke club als
ontmoetingsplaats. Hier in Port Swettenham, maar ook in Kuching (Serawak) met een zwembad. In
Singapore wonen veel Nederlanders en is er een Hollandse club. Op 4 december a.s. speelt daar de
Dutch Swing College. In Hongkong heb ik een stereo pick-up gekocht; merk Dual**22)
**22) Met behulp van een veerconstructie en wat onderbroekenelastiek heb ik de pick-up opgehangen aan een
stalen balk in het plafond. Ook bij niet al te sterk slingeren of stampen van het schip, kan ik nu toch platen
draaien. Het werkt een beetje als een kompas, waarbij het schip als het ware onder de pick-up doordraait.
17
Mijn hut a.b. Ms Van Cloon.
MS Van Cloon; Singapore -> Fiji Islands (Lautoka en Suva) 20-12-1962
We hebben op deze reis al tweemaal moeten stoppen. De eerste maal voor het wrak van een
Chinees jonk, dat minstens een week eerder was vergaan. Er bevonden zich geen mensen meer aan
boord en daar de bodem bijna geheel was weggeslagen was ook de lading verdwenen. Het schip
bleef echter drijven omdat het geheel van hout is gemaakt. Twee dagen later (vorige week zaterdag)
stopten we voor een prauw met de Indonesische vlag achterop. Ze vroegen en kregen water en rijst,
omdat ze al vijf dagen zonder voedsel zaten en nu ook zonder water. De 1e stuurman (Gramberg)
vroeg toen of ze dit nu wel van de Nederlanders aan konden nemen? Voor de kust van Nieuw-
Zeeland passeerden ons de MS Johan van Oldenbarnevelt op zijn laatste reis onder Nederlandse
vlag**23).
MS Johan van Oldenbarnevelt
**23) Begin februari 1963 verliet MS Johan van Oldenbarnevelt Sydney en arriveerde op 7 maart in Genua. Daar
werd het schip overgedragen aan de Greek Lines, omgebouwd en kreeg de naam Lakonia. Op 22 december
1963 tijdens een kerscruise naar Madeira en de Canarische eilanden, ontstond brand in de kapsalon. Die
verspreide zich snel over de passagiersdekken en bereikte ook de machinekamer, waar verschillende tanks
ontploften. Uiteindelijk hebben 128 van de 1022 opvarenden de ramp niet overleefd (98 passagiers en 30
bemanningsleden). Noorse en Nederlandse sleepboten slaagden er in sleepkabels aan de geblakerde romp te
bevestigen, maar het schip zonk alsnog een paar dagen later, op zondag 29 december tijdens slechtweer.
18
MS Van Cloon; Napier -> Wellington 12-01-1963
In Suva heeft de douane een der Chinese matrozen gepakt, die opium probeerde te smokkelen.
Verder heeft de 1e stuurman ook een hoeveelheid opium gevonden. Dat werd over boord gegooid. In
Auckland zocht de douane in de salon en hebben o.a. de bekleding van een stoel losgehaald. De 1e
stuurman liet aan de kapitein zien dat de douane de stoel niet in de oorspronkelijke staat had
teruggebracht (dat moet tenzij er iets is gevonden). Hij stak zijn hand in het gat en de gouden
horlogebandjes kwamen naar buiten rollen en dat op een plaats waar de douane eerst niets vond.
In Auckland waren wij aanwezig bij het huwelijk van onze 2e stuurman Cees Heezik.
Huwelijk te Auckland: V.l.n.r: Boven: Mouthaan, Ruibink, Uges, Bos**24), De Koning,
Hoogeveen, Kapitein Meijer. Onder HWTK Broekman, het Echtpaar Heezik met vriendin en Jobse als getuigen
**24) Op 11 mei 2002 trouwden Henriette en ik te Ommen. Tijdens de receptie stond daar plotseling Bos voor
me. Hij woont in de omgeving van Ommen en zag de aankondiging van ons huwelijk..
MS Van Cloon; Dunedin -> Port Kembla 25-01-1963
In Dunedin bericht ontvangen dat mijn memoriaal is goedgekeurd. Het schip ligt nu vrij rustig met zo
nu en dan nog een schuiver. We hebben gedurende drie dagen het zwaarste weer gehad dat ik tot nu
toe heb meegemaakt. In de badkamer werd een grote spiegel van de wand gerukt. Verder was het in
alle hutten een grote puinhoop, om van de gebroken glazen in de pantry nog maar niet te spreken. Ik
wil niet zeggen dat ik me altijd even happy heb gevoeld, maar had gelukkig geen echte last van
zeeziekte (hooguit wat katterig). Vandaag is het Chinees nieuwjaar. Ik ben in Wellington weer bij
Wim van Dijk op bezoek geweest. Zijn zusje Hetty komt in februari naar Wellington.
MS Van Cloon; Melbourne -> Brisbane 07-02-1963
In Melbourne ben ik weer een avond bij de fam. Dax op bezoek geweest en heb daar gedineerd. Ze
vonden het erg leuk dat pa in de bibliotheek van Wolfheze een boek geschreven door mr. Dax heeft
gevonden. In Brisbane zal het wel weer aankomst/vertrek worden, maar ik hoop dan toch nog Harry
Hendrikx te ontmoeten. Van daar gaan we via Hollandia, Manila en San Fernando naar Hongkong. In
Hongkong gaan we in dok en blijven er ongeveer veertien dagen. In Hollandia zullen de Indonesiërs
nu wel alles te vertellen hebben want de UNTEA stelde de vorige keer al niet veel voor. Ik zal daar
proberen nog een paar UNTEA-zegels te bemachtigen. Het zal wel de laatste keer zijn dat we er
komen en al zouden we er de volgende reis toch weer heen gaan, dan is het niet mogelijk ze nog te
krijgen, omdat het Indonesisch gebied is geworden.
19
MS Van Cloon; Hollandia -> Manila 23-02-1963
De laatste keer in Nieuw-Guinea
Vanmorgen zijn we dan, naar ik aanneem, voor het laatst uit Hollandia vertrokken**25). Pa krijgt
van uit Hongkong of Singapore twee eerste dag uitgave enveloppen die gezamenlijk de gehele,
complete, N.N.G. - UNTEA serie vormen en een vel met honderd 2 cent zegels. Wat die twee cent
zegels betreft, die zijn hier weer normaal verkrijgbaar. Ze hebben er een stel bijgedrukt. Ik neem dus
aan dat de waarde wel aardig geduikeld zal zijn. In Hollandia was het erg rustig. Een groot deel van
de Papoea’s is de wildernis ingetrokken. Dat had weer tot gevolg dat we er drie dagen bleven, omdat
er veel te weinig Papoea’s waren om het schip te lossen. De ‘’Schie Lloyd’’ was het enige schip dat
behalve De ‘’Van Cloon’’ binnen lag. Naar men zei, was de Schie Lloyd het laatste schip van de
Hollandse vaart (schepen die varen van uit Nederland) dat in Hollandia aankwam. Zij vertrokken een
dag eerder dan wij. Gisterenavond kregen we bericht dat er zich twee Papoea’s verstopt hadden.
Ze waren in volle zee op de proppen gekomen. Wij hebben dus vlak na vertrek het hele schip
doorzocht naar eventuele verstekelingen. Gelukkig bleek dat er zich geen een aan boord bevond.
Ongeveer een maand geleden is een 4e WTK zwaargewond door schoten uit een Indonesisch
machinegeweer. Er was een opstandje in Sorong, begonnen door een stel Papoea’s. De vierde WTK
kwam er toevallig met de kapitein van het schip aan lopen, toen de Indonesiërs begonnen te schieten
en hoewel hij er niets mee te maken had, werd hij dus zwaargewond. De kapitein had niets. Dit is dus
niet met opzet gebeurd. Over het algemeen schijnen die Indonesiërs zich hier behoorlijk te gedragen.
De meeste Papoea’s kunnen hen echter niet luchten of zien, vandaar dat ze het oerwoud in gaan. Wij
hebben twee Papoea’s ontmoet en mee aan boord uitgenodigd voor een gesprek. De eerste was het
opperhoofd van een stam in Biak en de tweede plaatsvervangend secretaris van een afdeling van het
gouvernement. Ze vertelden o.a. dat de meeste Papoea’s hun hoop hebben gevestigd op 1969. Ze
hadden beiden een Ned. Vlag in een blik begraven, met als doel die in ’69 voor de dag te halen.
Hollandia (8 nov ’62) Untea- en Nederlandse vlag
Gouvernementsvaartuig “Oranje”
Krijgen ze niet de kans om dan zelfstandig te worden, dan willen ze in opstand komen. Of hier iets
van terecht komt is natuurlijk zeer de vraag, maar zij waren zeer fanatiek en rekenen dan op hulp van
Nederland, Australië en de UNO. Het eten schijnt er nogal schaars en duur te zijn. Toen de Schie
Lloyd vertrok deed het me toch wel wat toen zij haar scheepshoorn gebruikend, langzaam de baai
uitvoer. Wij hebben toen nog met onze hoorn geantwoord. Enfin, nu maar verder varen naar Manila,
San Fernando en Hongkong, waar we in dok gaan. Daar zullen we misschien ook horen wat er met de
Van Cloon gaat gebeuren. Er wordt n.l. over gesproken dat wij op een ander lijn komen te varen,
maar niemand weet precies wat en de company doet hierover erg geheimzinnig.
20
15-08-2012: 50 jaar later nog steeds hoop.
Ongeveer een dag varen voor Hollandia zijn twee nog werkende vulkanen. Ik geloof dat ik er al eens
over schreef. We kwamen nu tegen schemering langs de eerste vulkaan. Deze had juist een
uitbarsting. We zijn toen langzaam gaan varen en zelfs nog een eind teruggevaren om het goed te
kunnen zien. Vooral in het donker was het een prachtig gezicht. Je kon de lava als een gloeiende,
rood-oranje rivier langzaam naar beneden zien stromen en werd soms de lucht in gespoten. Eenmaal
ook hoorden we een enorme knal. Het was een prachtig gezicht. Toen we er alweer een heel eind
van af waren was de rode gloed nog te zien. In Brisbane ben ik weer bij Harry Hendrikx geweest. Ik
heb toen nog een eind met zijn wagen gereden, maar dat links rijden is niks voor mij. Zondagmiddag
zijn we (maandagmorgen kwamen we aan) langzaam varend, vlak langs de kust gevaren en hebben
met kijkers vanaf de brug naar het strand gekeken. Het was er behoorlijk druk, maar nog lang geen
Scheveningen. Er zijn hier maar weinig mensen die gaan zwemmen want het barst er van de haaien.
**25) De twee brieven van 07-11-1962 en 23-02-1963 betreffende Hollandia zijn door de auteur Jury Smit in
2013 samengevat, in ‘’De geschiedenis van Nederland voor Dummies’’ met daarin: de belangrijkste feiten en
data van de Nederlandse geschiedenis helder op een rij; meer dan twintig eeuwen in beeld, van de prehistorie
tot het Nederland van vandaag; en grote historische figuren die ons land hebben gemaakt tot wat het nu is. In
hoofdstuk 35: Afrekenen met Het Koloniaal verleden (1945 - nu) onder de titel ‘’In de haven van Hollandia’’?
Toch wel leuk dat mijn verhaal op deze manier en 50 jaar later in een boek is gepubliceerd. Het verhaal is ook
gepubliceerd op de website van de vereniging van oud-employés van de KPM: www.kpm1888.nl bij verhalen.
MS Van Cloon; Hongkong -> Singapore 20-03-1963
Hongkong: Stapels ivoor. Toen waren wij ons nog niet van bewust van de gevolgen
21
Ik ging in Hongkong voor mijn halfjaarlijkse controle naar de tandart. Hij vond wat plekjes met cariës
en vroeg of er wel eens foto’s waren genomen. Dat was echter nog nooit gebeurd. Vlak voor ik
wegging heeft tandarts Ittman **26) mijn gebit zeer zorgvuldig nagekeken en alles wat hij kon vinden
gevuld. Een half jaar geleden ben ik in Singapore naar een tandarts geweest en vond ook hij geen
cariës. Nu werden er dus foto’s genomen. Resultaat: over de twintig plekken met cariës, die er
volgens de tandarts in Hongkong voor het grootste gedeelte al meer dan een jaar zaten. Volgens die
tandarts zie je de gaten meestal pas als ze behoorlijk groot zijn. Enfin ik heb er een gehele dag van
morgens 8 uur tot avonds 7 uur gezeten. Of in de wachtkamer (ik werd er tussendoor geholpen) en
dan weer bij de ene en dan weer bij de andere tandarts (twee collega’s). Ik had avonds lamme kaken
van het steeds weer mijn mond open moeten houden. In Hongkong werd het schip zodra we uit dok
gingen z.g. uit-gegast. Dat wil zeggen het met behulp van gifgas de aan boord zijnde ratten en muizen
doden. We moesten daarom gedurende 24 uur naar een hotel.
**26) De dochter en schoonzoon van Tandarts Ittmann waren op huwelijksreis en behoorden later tot de
slachtoffers van de vliegramp in Tenerife (maart 1977). Hij heeft zijn praktijk daarna gesloten. Ik ben toen
overgestapt naar Hein van Drumpt (bijnaam: Oude Hein). Hij was een tandarts van de oude stempel. In zijn
wachtkamer en praktijkruimte lag het vol met herinneringen aan de slag om Arnhem en dat sprak mij wel aan.
Oude Hein werd opgevolgd door Hein de Kloet (Jonge Hein, maar geen familie). Jonge Hein was precies het
tegenovergestelde, zeer modern en vooruitstrevend. Hij wordt gezien als Goeroe is op het gebied van het
werken met composiet. Toen hij hoorde dat ik hoofd ontwikkeling was bij Mueller Europa, vroeg hij of ik bereid
was mee te werken aan zijn praktisch onderzoek (met garantie). Daarvan heb ik nooit spijt gehad. Toen Hein in
2017 zijn praktijk geleidelijk af ging bouwen, werd mede op zijn aandringen mijn nichtje Isabel in Hoofddorp
mijn tandarts. Net als jonge Hein is ook zij een ware kunstenaar met dit materiaal.
In de jaren 60 was het nog niet gebruikelijk dat een tandarts beschikte over fotoapparatuur. Mijn vader vroeg
zich daarna af of het zelfs de kleinste gaatjes repareren wel zinvol was. Een feit is echter wel dat bij een
oversteek van ca. drie tot vier weken met alleen maar water en hooguit een meestal onbewoond eiland, je met
kiespijn niet naar een tandarts kunt. De Van Cloon liep maximaal 12 mijl/h en dat dan gedurende 24 uur.
Dit betekende dat wij van Singapore tot Fiji ca. 28 dagen onderweg waren. Dat speelde ook in Australië, waar
men soms erg rigoureus met het ontbreken van tandheelkundige hulp omging. Daar was het niet bijzonder als
alle tanden en kiezen werden getrokken, voordat men langdurig het binnenland introk. Enfin vandaag (begin
2021) verkeert volgens mijn huidige tandarts en nichtje Isabelle, mijn gebit gezien mijn leeftijd nog in
behoorlijke staat en is zelfs beter dan die van mijn broer Donald (haar vader). Of die tandartsen in Hongkong
uiteindelijk gelijk hadden laat ik nu maar in het midden.
Ca. 1964: Hongkong overdag; Foto genomen van de Victoria Peak.
22
Ca. 1964: Hongkong nachts; Foto genomen van de Victoria Peak.
MS Van Cloon; Singapore -> Fiji Islands 12-04-1963
Ik heb van 1e stuurman Grambergen drie jachtpijlen uit Nieuw-Guinea gekregen. Hij gaat binnenkort
met verlof naar huis en wilde ze niet meenemen omdat ze dan zouden breken. Vanmorgen zijn we
een paar uur gestopt bij de Nieuwe Hebriden om daar te oefenen met het te waterlaten, roeien en
zeilen met de sloepen. We hadden daarvoor de tijd, omdat wij niet voor maandagmiddag bij de Fiji
aan willen komen. Daarom varen we nu economisch (met laagste brandstofgebruik). Ik volg een
cursus voor het sloepgastendiploma en moet in Singapore examen doen. Op ieder schip moeten
wettelijk een aantal opvarenden met dat diploma zijn. Het diploma komt erop neer dat je weet hoe
je een sloep te water moet laten bij een schipbreuk. En hoe je om moet gaan met de
veiligheidsmiddelen, vuurpijlen e.d. Wat er met Indonesië gebeurt weten we nog steeds niet. De
KPM doet zeer geheimzinnig en behalve wat geruchten horen we niets. Aan zowel stuurboord- als
bakboordzijde zaten grote borden met de naam van het schip in het Chinees (hoe ze Van Cloon in het
Chinees hebben vertaald is een raadsel). Nu echter moesten plotseling deze borden weer worden
verwijderd. Waarom weet niemand, maar misschien in verband met Indonesië. Ook het gerucht, dat
een der directeuren van de KPM in Jakarta zou zijn en het gerucht dat de KPM op Nieuw-Guinea blijft
varen in charter voor de Indonesische Pelni.
MS Van Cloon; te Wellington 05-05-1963
Wij liggen al een week in Wellington en het ziet er naar uit dat we hier nog wel een paar dagen
blijven. De vorige week was het slecht weer (vies en druilerig zoals in Nederland in de herfst) en dus
werd er weinig gewerkt. Wij moesten het schip met onze eigen bemanning lossen, want er zijn
onvoldoende havenarbeiders. Deze werken trouwens erg langzaam en lossen/laden maar ca. 3
ton/gang /uur, terwijl op de Fiji eilanden dat ca. 30 ton/gang/uur bedraagt.
Ik ben ook dit keer een paar maal bij Wim van Dijk op bezoek geweest. Hetty is er nu ook. Zij is nog
altijd hetzelfde jongensachtige meisje van vroeger. Wim leerde zijn vrouw kennen op de Johan van
Oldenbarnevelt**23 en 27). Hij was daar entertainment officier.
**27) Een love story. Zij werkte op de Australische ambassade van Jakarta en was als passagier op MS Johan
van Oldenbarnevelt (zie ook **23) op weg naar Guatemala om daar te trouwen. Of Wim daar aan boord zijn
functie als entertainment officier erg letterlijk nam vertelt het verhaal niet, maar wel dat zij na aankomst in
Guatemala niet is getrouwd, maar hem naar Nederland is gevolgd. Ze zijn toen in Den Haag getrouwd en
wonen nu dus in Wellington. Ondertussen zijn ze al twee jaar getrouwd en Karena is alweer een half jaar oud.
23
Ms Van Cloon Lautoka Fiji Islands (Foto kapitein Meijer)
Ms van Cloon op postzegel 2019
MS Van Cloon; te Melbourne 25-05-1963
In Dunedin kreeg onze HWTK een telegram dat zijn vrouw ernstig ziek is. Hij woont in Singapore en is
dus hals over kop vertrokken. Van Dunedin naar Melbourne hadden we zoals gebruikelijk in de
Tasmanzee slecht weer, maar ondanks dat werd het schip steeds gevolgd door Albatrossen die zeilen
op de wind. We liggen hier nu sinds dinsdag, maar verwachten niet eerder te vertrekken dan
donderdag. Omdat er te weinig wharfies (bootwerkers) zijn, gaat alles erg traag. Bovendien heeft
men recentelijk weer eens gestaakt. Er zijn hier twee overdekte schaatsbanen en ben ik op
Hemelvaartsdag gaan schaatsen. Twee dagen voor we uit Melbourne vertrokken kwam de fam. Dax
terug van vakantie en ben er nog geweest.
MS Van Cloon; Brisbane -> Manila 16-06-1963
In Sydney heb ik bij de fam. Looyschelder **28) gelogeerd. Ze wonen in Rooty Hill, een van de
buitenste suburbs van Sydney en moest ca. driekwartier met de sneltrein om er te komen. Rooty Hill
heeft iets weg van een plattelandsdorp en de Dunsmore street is niet meer dan een brede zandweg.
Hun huisje is niet groot maar wel erg gezellig. Tekenend is, dat men daar nog een WC gebruikt die
werkt volgens het befaamde tonnetjes systeem. Als je Sydney per trein verlaat, ga je eerst door dicht
bevolkte suburbs en schrik je van het contrast met het mooie centrum. Het is een grote puinhoop
van schots en scheef door elkaar gebouwde huisjes met vaak de mooiste huizen naast lelijke krotten.
Melbourne is als centrum minder mooi dan Sydney, maar de suburbs zijn er veel netter.
De fam. Dax woont in suburb Hawthorn van Melbourne. Harry en Betty Hendrikx waren op vakantie
en heb ik dit keer dus niet gezien. Eergisteren voeren we langs de zuidkust van N. Guinea en hebben
op zee mijn verjaardag gevierd. Wij gaan dit keer ook weer naar Bangkok.
24
**28) Riet Looyschelderj was vroeger apothekersassistente bij mijn vader. Harry Hendrikx**21) behoort tot de
geslaagde immigranten, maar de fam. Looyschelder juist niet. Die hadden spijt ooit naar Australië te zijn
vertrokken. Nog maar een week voordat ik er logeerde had zij haar baan verloren en waren nu voor zover ik het
begreep afhankelijk van hun handeltje in postzegels. Dat zijn duizenden zegels die allemaal afgeweekt,
gesorteerd en gebundeld moesten worden en is een heidens werk.
Sigaretten smokkelmeisjes
MS Van Cloon; Bangkok -> Singapore 08-07-1963
In Manila kun je betalen met sloffen sigaretten. Ik had echter onvoldoende sigaretten en ben daarom
naar de douanebeambte gegaan die aan boord bleef zolang wij in de haven van Manilla lagen. Ik heb
hem gevraagd of hij wat sigaretten voor me uit de verzegelde store kon halen. Dat kon, mits ik er vier
sloffen uithaalde en hem er dan twee verkocht voor dezelfde prijs die wij er hier aan boord
belastingvrij voor betalen. Hij smokkelde ze dus zelf de wal op. In Hongkong zijn wij eerder
vertrokken en lieten zelfs een deel van de lading achter vanwege de komst van een cycloon. De
gehele overtocht tot Bangkok hadden we echter prachtig weer. In Bangkok kwam hetzelfde
smokkelmeisje aan boord, als op de Sinabang. Ik heb haar een foto gegeven die ik ongeveer een jaar
geleden op de Sinabang had genomen. Op de foto staat ze in een sampan en legt juist op dat
moment een zak met sloffen sigaretten neer. Ze was er erg blij mee en liet het trots aan al haar
collega-smokkelaars zien. De schepen worden zowel bij aankomst in Bangkok als in Manila door dat
soort smokkelaars bestormd. Die kopen dan sigaretten van de Chinese bemanning en brengen die
aan wal.
Ms Van Cloon; te Napier 23-11-1963 **29)
Op de dag na dat President Kennedy op 22 november werd vermoord arriveerden wij te Napier.
Vakantiefoto door kleinzoon Julien
2001 Haere Mai te Loosdrecht
December 2018 in Nieuw-Zeeland
25
**29) In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen een rol.
Mei 2001 tekende ik een voorlopig koopcontract voor de Lady S, een Van Lent Kruiser (onder voorbehoud van
ANWB-goedkeur). Een prachtig 10,6 m geklonken stalen klassieker met kofferdek. Het keuringsrapport was
echter zodanig slecht dat ik afzag van de koop. Erg jammer, want ik had het schip graag gekocht.
© Henriette Taurel: Maria van Lent
En of het zo moest zijn ontmoete Henriette dat najaar op haar schilders club Maria van Lent en werd dat
vriendschap met haar en echtgenoot Jan. Een paar maanden eerder kocht ik in september onze Gillesenvlet 8.40
‘Haere Mai?’ Vertaald betekent Haere Mai van uit het Maori ‘Welkom’? Het schip werd gebouwd in 1965 en dus
ca. 36 jaar voor dat ik het kocht en in dezelfde periode als mijn bezoeken aan Nieuw-Zeeland. Hoe het schip in
Nederland aan de Maori naam Haere Mai kwam is niet bekend, maar is voor mij een relatie met die tijd in
Nieuw-Zeeland.
Ms Van Cloon; Brisbane -> Manilla 31-12-1963
Met kerst op zee en ter hoogte van Hollandia een New Year Eve Dinner.
MS Van Waerwijk (4116 BRT)
1954 Werf: Boele’s Sceepswerf & machinefabriek te Bolnes
1966 overgedragen aan dochter-Mij. Zeetransport, in 1967 vergroot (4710 BRT) en herdoopt in
Prinses Maria.
1969 verkocht als Roumania aan Hellenic Lines.
1981 gesloopt.
Manoeuvreerstand MS Van Waerwijk
Zwembad Hotel Indonesia te Jakarta**30)
vlak voor vertrek naar Makassar
26
MS Van Waerwijk: te Hongkong 03-02-1964 overgeplaatst als vierde WTK
Wij voeren van af Hongkong naar Indonesië en China. Hongkong, Tanjung Priok (haven van
Jakarta**30), Surabaya, Semarang, Makassar, Balikpapan, Singapore, Shanghai, Dairen (Dalian).
De Van Waerwijk behoorde tot de eerste Nederlandse schepen die weer in Indonesische havens
binnenliepen na de Nieuw-Guinea crisis. Uit die periode zijn er wel veel door mij genomen
foto’s/dia’s maar ontbreken de door mijn vader bewaarde brieven. Begin april zaten wij in de bar van
Hotel Indonesia te Djakarta**30). Ik bezit nog een toen meegenomen asbakje met er op ‘’Hotel
Indonesia Djakarta’’.
**30) Oorspronkelijk was het Djakarta, maar 1n 1972 werd de spelling aangepast in Jakarta
MS Van Waerwijk; Surabaya -> Makassar 27-04-1964
MS Van Waerwijk te Makassar
27
MS Van Waerwijk: Sjanghai
In de straten heel veel fietsers en riksja’s met zo nu en dan een auto met erboven op een gas-zak. Dit
vanwege de benzineschaarste. Je kon dankzij de grote grijze oude gebouwen zien dat het
oorspronkelijk bekend stond als de parel van het Oosten en een belangrijke internationaal
georiënteerde grote stad is geweest. Nu had het iets dreigends en leek het net of elk ogenblik de
volgende luchtaanval met ‘’Stuka’s’’ kon beginnen. Met langs de rivieroevers drijvende kades
voorzien van steile loopplanken, waar tegenop karren met groenten omhoog werden geduwd.
Fotograferen was toegestaan, mits je de volle filmpjes inleverde. Met name dia films (Agfa CT18) kon
men daar niet ontwikkelen en kreeg je zwart terug. Dus zorgden wij ervoor dat deze nooit vol waren.
De enige voor buitenlanders open winkel was de Frendship Store aan de beroemde Bond (Wai Tan).
Daar kocht ik een met de hand gesneden benen schaakspel (zie ook**50).
MS Van Waerwijk in Zuid Chinese Zee
MS Van Waerwijk; Dairen (Dalian) China
Toevallig op mijn 23e verjaardag. 14 juni 1964 was een Chinees-communistische feestdag en werd bij
uitzondering niet gewerkt. Ter gelegenheid daarvan werden wij uitgenodigd voor een rondrit met
bezichtigingen en een diner.
Fietsers, geen auto’s in Sjanghai
Voor ons poseren: een communistische klas
28
Met verlof (1962-1965)
Op 4 juli 1964 ging ik met verlof (deels ook voor studie) terug naar Nederland met KL864 van uit
Hongkong en arriveerde een dag later op het gloednieuwe Schiphol.
2e termijn (1965 - 1967)
Ik vertrok na mijn lange verlof (deels studie, deels betaald en deels onbetaald) op 2 december 1965
weer per KLM naar Singapore.
MS Van Noort (2845 BRT)
1955 Werf: Boule te Bolnes
1969 verkocht naar Hongkong/Singapore en herdoopt in Handara + vergroot tot 3547 b.t.
In juni 1984 gesloopt.
De Van Noort is een zusterschip van MS Van Cloon.
Singapore; 3 december 1965, 4e WTK op MS Van Noort
MS van Noort voor Anker op de rivier naar Kuching (Serawak)
29
MS Van Noort; Songkhla (Thailand) -> Bangkok 08-12-1965
Wij vertrokken op 4 december uit Singapore richting Songkhla met gedurende de gehele tocht slecht
weer. In Songkhla lagen we op de rede. Na een nacht In Songkhla voren wij ook met slecht weer naar
Bangkok. Hier zijn we vanavond bij de loods aangekomen en liggen nu voor anker tot 04 uur, om dan
bij gunstig tij de rivier op te varen. We hadden als lading zink en ijzer onder in het ruim en dat
maakte het schip behoorlijk wreed, met veel zwaardere halen dan anders. Dat wil zeggen met de
motorsloep op ca. een half uur varen van de kant. Deze reis gaan we weer naar de Fiji eilanden en
hoop ik de fam. Giles te ontmoeten. Zij zijn de afgelopen zomer tijdens mijn verlof bij ons in Arnhem
op bezoek geweest.
MS Van Noort; Kuching (Sarawak) 26-12-1965
Het betreft een z.g. kalme boot, want veel van de officieren zijn of getrouwd of verloofd. Dat
betekent dat er in Australië dus minder gefeest zal worden dan op de Van Cloon. We liggen hier op
de rivier voor anker om te wachten tot we tegen de kant kunnen gaan. Van middag (2e kerstdag) zijn
we met de motorboot een eindje gaan varen. Daarbij zijn we allerlei kleine zijriviertjes in gevaren tot
we niet verder konden en zelfs vast kwamen te zitten tussen de uitgestrekte vloedbossen. Behalve de
nodige vogels zagen we ook een paar leguanen en heb ik geprobeerd die te fotograferen. Ze hebben
een zeer goede schutkleur en vallen vooral op de bruingrijze modderbanken die bij laagwater
droogvallen nauwelijks op. Nadat we eerst nog een stuk verkeerd zijn gevaren, kwamen we pas 5 uur
later weer aan boord. Ik ben daardoor aardig verbrand en dus zal het wel op vervellen uitdraaien.
Rivieroever bij Kuching, Serawak
Dat De Gaulle eerst niet genoeg stemmen kreeg, maar nu wel is herkozen hadden we al vernomen
via Radio Nederland en via de Sparks met zijn boordkrant de ‘’Oceaanpost’’. Ook krijgen we hier de
‘’Wacht te kooi’’. Een luchtpostkrant die iedere week verschijnt en we twee weken later en natuurlijk
pas in de volgende haven ontvangen. Wat de dagelijkse nieuwsvoorziening betreft, luister ik waar
mogelijk naar Engelstalige zenders in de buurt. Ook heb ik me geabonneerd op Elzeviers Weekblad,
maar die worden per zeepost verstuurd en krijg ik dus een tot twee maanden later.
Kerst hebben we met een diner gevierd. De ook aan boord zijnde leerling WTK heeft in zijn
schoolvakanties wel eens bij een bakker geholpen en wist hoe een kerstkrans gemaakt moet worden
(iets wat de Chinezen niet kunnen). Met de kerstsfeer is het hier trouwens wel eigenaardig. Je denkt
er gezien het warme weer niet aan, maar komt er wel mee in aanraking. Zo liep ik donderdag door
Sibu en hoorde plotseling kerstliederen van uit een kerkje klinken. Met mijn koudetechnische studie
gaat het tot nu toe goed. Ik schiet hard op, ook al doordat ik nogal wat lessen over kon slaan.
30
2e kerstdag, tocht met de motorsloep
MS Van Noort; Port Swettenham (Port Klang) -> Singapore 04-01-1966
Van Singapore naar Suva zitten we ongeveer 28 dagen op zee.
MS Van Noort; Singapore -> Suva (Fiji) januari 1966
Het scheepsspook.
Eergisterenavond was het de avond voor Chinees Nieuwjaar en wat altijd met veel knalwerk en een
Chinese Chow wordt gevierd. Mijn Chinese olieman (bijnaam Broer Konijn van wege zijn tanden)
kwam tijdens de wacht naar beneden stormen. Hij vroeg al gebarend of ik boven in de werkplaats
was geweest. Enfin het bleek dat terwijl hij boven op de cilinderkoppen van de hoofdmotor olie
stond te geven, de werkplaats inkeek. Daar stond een kast open waarvan de deuren door het
slingeren van het schip open en dicht sloegen, met eraan hangend ook een overall. Voor hem leek
die overall kennelijk op een geestverschijning. Ik heb geprobeerd uit te legen dat hij zich vergiste
door de heen en weer zwaaiende deuren, maar hij hield vol dat hij een geest had gezien. Volgens
onze HWTK kunnen door bijgeloof hieruit op de lange duur moeilijkheden ontstaan. Vooral Javanen
schijnen erg bijgelovig te zijn, maar over Chinezen had hij dat nog nooit gehoord. Zij durven dan niet
meer op bepaalde plaatsen te komen en gaan wierook verbranden om de geesten te verdrijven.
Trouwens, ik ben bang dat de HWTK nog gelijk krijgt, want gisteren vertelde Broer Konijn dat Number
3 (alle olielieden hebben een nummer en hij is Number 4) het spook ook al had gezien in de
machinekamer, maar toen bij de manoeuvreerstand.
Singapore: boomstammen laden
Langs de rivier op weg naar Kuching of Sibu (Serawak)
31
MS Van Noort: Suva -> Melbourne februari 1966
In ben bij de familie Giles op bezoek geweest. Op de markt van Suva kocht ik het schild van een
schildpad. Die stonk nogal en dus probeerde ik de stank te verwijderen met groene zeep en
bleekwater. Hoewel volledig schoon stinkt hij nog steeds en ligt daarom met de binnenkant naar
boven achter de schoorsteen in weer en wind of in de volle zon te blakeren. Lukt dat onvoldoende,
dan ga ik hem aan de binnenkant aflakken met blanke lak. (Red.: Aflakken was alsnog nodig; het
schild hangt nu bij ons in de gang aan de Prinsengracht).
MS Van Noort: te Risdon Tasmania 11-02-1966
Zink laden (99.95+) en een bezoek aan de fabriek. Als aandenken kreeg ik een testplaatje mee**31).
**31) Tasmania is bekend als belangrijke leverancier/producent van Zink. Het testplaatje ligt nog altijd op mijn
bureau. Voor meer informatie zie op internet: Bron: Wikipedia: Electrolytic Zinc or the Electrolyic Zinc Company
of Australasia (frequently abbreviated to EZ ) was the company that operated a Zinc refinery on the banks of
the Derwent River in Risdon in Hobart in Tasmania between 1916 and 1984.
Vissers aan het strand bij Songkhla
MS Van Noort; Sydney -> Songkhla (Thailand) -> Bangkok 11-03-1966
Van ponden naar dollars.
Gisteren zijn Princes Beatrix en Claus dus getrouwd. Hoe is dat geweest? We zullen nu maar hopen
dat we van het gedoe over Claus af zijn. Behalve een borreluurtje en een uitgebreid etentje hebben
we verder niet veel van het huwelijk gemerkt. Juist toe we in Sydney lagen, is men in Australië
begonnen aan het overstappen van het Australische Pond naar de Australische Dollar en daarmee
ook van het twaalftallige stelsel naar het decimale stelsel. Voor ons is dat gemakkelijk, maar de
Australiër (Ausi) heeft er best moeite mee. Vooralsnog worden ze naast elkaar gebruikt en de totale
overgang duurt ca. twee jaar. Er waren o.a. moeilijkheden met de automaten. Zo kon je bijvoorbeeld
plotseling voor 2 cent (ca. fl. 0,08) een gallon (ca 4 liter) benzine krijgen en dat was natuurlijk wel erg
goedkoop. Veel Australiërs waren verbaasd dat wij (bloody Dutchman) er zo gemakkelijk mee om
kunnen gaan, maar niet dat wij altijd al met het decimale stelsel werken. Enfin men is er nu achter
gekomen dat 1 shilling gelijk is aan 10 cent, alleen met de penny’s geeft dat nog wel eens wat
geharrewar. In de machinekamer is het momenteel vrij warm. Aan stuurboord gaat het nog wel met
40 gr C (voor in de tropen een normale temperatuur). Aan de bakboord kant loopt de temperatuur
echter op tot ca. 48 gr C, omdat daar de machinekamerventilator het heeft begeven. Die kan niet
eerder dan in Singapore worden vervangen als we daar in dok gaan.
32
11-03 nachts
Heb zojuist via Radio Nederland een gedeelte van de toespraak van H.M. de Koningin en van Claus
gehoord. Ik vond dat Claus zeer duidelijk Nederlands sprak (beter dan Prins Bernhard).
MS Van Noort; Singapore 18-04-1966
Gisteren is het schip zoals gebruikelijk tijdens het jaarlijkse onderhoud met blauwzuurgas uit-gegast.
Morgen gaan we vijf dagen het droogdok in. Tijdens dit jaarlijkse onderhoud wordt zo ongeveer alles
overhoopgehaald en zal de machinekamerventilator worden vervangen. Van het scheeps-spook
hebben we niets meer vernomen. Broer Konijn is terug naar Hongkong en werd vervangen door een
nieuwe Number four.
MS Van Noort; Port Swettenham (Port Klang) -> New Castle 09-05-1966
Van Mr. Dax hoorde ik dat hij waarschijnlijk in augustus naar Nederland zal gaan. Van Zwier de La
Mar kreeg ik een brief met het bericht dat hij en Ellen Ploem op 15 augustus gaan trouwen.
Rubber tappen
Van uit Port Swettenham hebben de HWTK, Gezagvoerder, 3e stuurman en ik een tocht gemaakt naar
Kuala Lumpur en onderweg o.a. een tinmolen, rubberplantage en koffieplantage gezien. Deze koffie
is hier voornamelijk voor binnenlandgebruik. Kuala Lumpur is een stad met een paar zeer moderne
en ook mooie gebouwen, zoals het parlement en een nieuwe moskee. Maar ook net als alle oosterse
steden, met rommelig aandoende huizen die de indruk geven overbevolkt te zijn. Men bouwt hier
kapitale gebouwen (prestige), maar onderhoudt de boel slecht. Drie dagen geleden passeerden wij in
Straat Torres op slechts een paar honderd meter de Van Cloon. Best leuk mijn oude schip weer te
zien, ook al ziet die er precies zo uit als de Van Noort. Ongeveer een week geleden heeft een der
Chinese stewards geprobeerd om onze eveneens Chinese en wat oudere laundryman te vermoorden
met een groot hakmes. Alleen door tussenkomst van onze bootsman (een zeer pezige, enigszins
kreupele, kleine Chinees) bleef dit beperkt tot wat sneden en bloedvlekken.
Gisterenavond kwam ik om 24.00 uur van wacht en zat er een kleine rat in mijn hut. Samen met de
derde stuurman en vijfde WTK zijn we toen op jacht gegaan, met als wapen een bezem. Ik probeerde
het beest met de bezem te raken maar dat mislukte. De vijfde WTK had meer geluk en sprong er
bovenop. Het beestje gaf een gil en was dus exit. Daarna hebben we hem en zoals we dat hier
noemen, plechtig over de muur geziekt (over boord gegooid).
33
Dat een ratje in mijn hut terecht kwam werd veroorzaakt doordat tijdens de dokbeurt het schip
volledig wordt gereinigd en er voor die beestjes in het ruim weinig eten is te vinden. Ze gaan dus
elders op zoek. Ook in de hut van de 2e WTK zat een ratje in een la.
MS Van Noort; Melbourne 29-05-1966
De Scheepsramp
Volgens de laatste berichten is er bij het nieuws op de T.V. in Nederland omstreeks de 27ste verteld
dat de Van Noort achttien mensen zou hebben gered. Ik weet niet of jullie dat gezien of gehoord
hebben, maar in ieder geval klopt niet veel van dat bericht. Ik zal proberen een redelijke beschrijving
te geven van onze (vergeefse) reddingspogingen van zeventien opvarenden van een Dredger (grote
baggermolen) op ongeveer twaalf uur varen van Sydney. Dat de berichten in Nederland hierover niet
kloppen is niet verwonderlijk, want zelfs in de Australische couranten en radio was de berichtgeving
niet juist. Die vrijdag zijn we ’s morgens om ongeveer acht uur uit Sydney vertrokken bij kalm weer
en een rustige zee.
Local news.
Van af twaalf uur begon het harder te waaien en kwam er steeds meer golfslag. Kortom ’s avonds
zaten we in de zwaarste storm die ik me kan herinneren, met meters hoge golven en een zo sterke
wind dat het noodzakelijk was je goed vast te houden om niet door een plotselinge windvlaag
omvergeworpen te worden. Om ongeveer tien uur kwam het S.O.S. bericht van de Dredger W.D.
Atlas, een schip dat de stuurlieden al op radar hadden gespot, maar waarvan men toen nog niet wist
dat er iets loos was. Bijna direct na het S.O.S. was er niets meer van het schip op het scherm te zien.
Het moet dan ook binnen een paar minuten gezonken zijn. Aangezien ik tot 2400 uur op wacht stond
heb ik de eerste reddingspogingen niet gezien. Er is toen een dinghy zo dicht langs ons schip
gekomen dat de 2e en 5e WTK die op het achterschip stonden, de mannen erin om hulp konden horen
roepen. Ons schip maakte toen echter juist een enorme zwaai (gingen enorm te keer) dat het vlot al
voorbij was voor iemand zelfs maar een lijn toe kon werpen. Na mijn wacht ben ik de anderen gaan
helpen, maar wat we ook probeerden (alle lichten aan dek vol aan, lading netten langs de
scheepswand en golf stillende olie), was het onmogelijk ook maar één van de vlotten (we hebben er
eerst één en later twee gezien, al weten we niet of die eerste één van de twee latere was) langszij te
krijgen. Steeds werden ze door de woedende golven en wind weggezet of schoten ze met zulk een
enorme vaart langs ons schip, dat ze al voorbij waren voor dat we het wisten. Eén keertje is er eentje
nog weer zo dicht langs gekomen dat ik de kleur (oranje) kon zien. Op een gegeven ogenblik heeft de
kapitein moeten besluiten van verdere reddingspoging af te zien (het werd voor onszelf te gevaarlijk)
tot het daglicht zou zijn geworden met een wat kalmere zee.
34
Wij maakten op een gegeven ogenblik zo’n enorme haal, dat een en een paar honderd kilo wegende
reservezuiger uit zijn bindingen losschoot en door de machinekamer sloeg, daarbij het schakelbord
beschadigend wat een black-out tot gevolg had kunnen hebben. D.w.z. het uitvallen van de gehele
machine installatie en dan zou het er ook voor ons minder mooi hebben uitgezien**32). M.a.w. er
zouden nog veel meer moeilijkheden kunnen ontstaan als we zo door gingen en niet probeerden het
schip met de kop op de golven te houden, want het stampen is lang zo erg niet als het slingeren. De
volgende morgen hebben we een omgeslagen sloep, een gedeelte van de brug of stuurhuis, wat
zwemvesten en wrakhout gevonden. Van de zeventien opvarenden werden er vier gered door een
helikopter, de overige dertien man zijn omgekomen. Na aankomst te Melbourne werden wij
opgebeld door twee van de geredden, die bedankten voor alles wat we hadden geprobeerd. Ze
hadden ons schip gezien maar begrepen dat het onmogelijk was hen op te pikken. Het feit echter dat
ons schip op de juiste plaats aan het zoeken was, gaf ze de moed zich zwemmend te houden tot ze
de volgende morgen opgepikt werden. Hun vlot was vlak nadat ze ons schip passeerden omgeslagen,
waarbij nog twee mensen zijn verdronken. Deze wetenschap gaf ons tenminste het idee dat we er
niet helemaal voor niets zijn geweest. Vooral het feit dat ze op de brug dankzij de radar precies de
plaats van het zinken hadden gelokaliseerd, was belangrijk voor de redding van deze vier mensen. Ik
zal echter niet gauw die twee eenzame op en neer deinende lichtjes vergeten, met zo nu en dan een
helrood magnesium licht. Dit ook omdat dus de meeste mensen die wij toen zagen zijn verdronken of
misschien wel zijn aangevallen door de haaien. Op Bondi Beach vlak bij Sydney zijn later een paar
lichamen aangespoeld.
**32) Omdat het schakelpaneel werd beschadigd (wat in stond bleef aan, wat uit stond konden we niet meer
inschakelen) was manoeuvreren niet goed mogelijk. Het kwam erop neer dat zodra de hoofdmotor zou stoppen,
we deze niet meer konden starten. We hadden dus de hulp nodig van een sleepboot, bij het de haven van
Melbourne binnenlopen en om af te meren.
MS Van Noort; Melbourne 30-05-1966
Ik ben gisteren weer bij de fam. Dax op bezoek geweest en heb wat knipsels gekregen over het
zinken van de Dredger. W.D. Atlas. Ik heb er zo hier en daar wat bij geschreven. Mr Dax komt
waarschijnlijk in september naar Europa, maar het is nog niet helemaal zeker, of hij dan ook naar
Nederland gaat. Verder nog een knipsel uit Wacht te kooi over de op handen zijnde fusie tussen
K.P.M. en K.J.C.P.L. (R.I.L.) waarmee wij dus al lang in combinatie varen.
MS Van Noort; Sydney -> Tawau (Sabah) 24-06-1966
Ben nu varend correspondent van de VNKO (Vereniging Nederlandse Koopvaardij officieren).
Dajaks aan de was langs de rivier bij een Long house (Serawak)
35
MS Van Noort; Sibu -> Kuching (Sarawak) 24-07-66
Ik ben gisteren samen met wat collega’s weer op bezoek geweest in een Long house. We hebben
daar Arak (rijstwijn) gedronken en er werd voor ons muziek gemaakt en gedanst. In Kuching ontving
ik bericht dat ik in Singapore als derde WTK wordt overgeplaatst naar een zusterschip, de MS Van
Neck. Dat betekent dat ik dan op alle drie de zusterschepen heb gevaren. Ik moet dan van Singapore
naar Bangkok vliegen en daar in een hotel wachten op de aankomst van de Van Neck.
MS Van Neck (2844 BRT)**33)
1955 Werf: Boule te Bolnes
1969 verkocht naar Hongkong/Singapore en herdoopt in Annita + vergroot tot 3532 brt.
1976 verkocht naar Panama en ook in 1979 als Hintha. Daarna nog tweemaal verkocht. D.w.z. in
1981 naar Singapore als Yello River II en in 1982 onder Panamese vlag als Winnow.
26 juni 1982 was het schip op weg van Kakinoda naar Singapore en ontstond op ca. 150 mijl van Port
Blair een lekkage in de machinekamer. Op 30 juni 1982 werd het schip in zinkende toestand (10.20
NB.91,50 OL.) door de bemanning verlaten.
** 33) Het betrof een serie van drie zusterschepen. Behalve op de Van Neck, voer ik Van 1962 t/m 1963 als 5e
WTK op de Van Cloon en van 1965 t/m1966 als 4e WTK op de Van Noort.
In het Scheepvaartmuseum te Amsterdam is een zilveren miniatuur model van de Van Neck dat in 1955 werd
overhandigd bij de overdracht door Boele’s Scheepswerven aan de KPM?
Overgeplaatst als 3e WTK naar MS Van Neck.
Met Thai International Airways vloog ik naar Bangkok. In Bangkok kreeg ik als het ware een week
tussentijdse en betaalde vakantie in het Victory Hotel. Daar ging ik op 15 augustus 1966 aan boord.
Bangkok, bidden bij een tempel
Het werd uiteindelijk een verblijf van twaalf dagen in Bangkok, waaronder een week als toerist in het
Victory Hotel en dat gaf mij de mogelijkheid er uitgebreid rond te kijken. Behalve een aantal tempels,
ging ik naar een museum (stoffig en rommelig), slangentuin, Floating market, Thaiboksen en
Thaidansen. Tijdens een floorshow met Thaidansen, was er aan het einde gelegenheid om mee te
doen. Dat leek me best leuk en dus deed ik dat. Het viel kennelijk in goede smaak want de gehele
zaal, maar ook de dansers leefden mee. Een dag later (zaterdag) ben ik er weer heen gegaan.
Ik heb toen een Thaise familie leren kennen. Hij (Surd) is een Thai en zij (Catherine) geboren in
Australië met voorouders uit Ceylon en Nederland (achternaam van Rooyen). Surd is zijn roepnaam
maar zijn echte naam is Prasertong Punyanitya. Hij is eigenaar van Boon Vanit Engineering and
contractors Ltd.
36
Sparks v.d. Kaay, Hellen, Catharine, Surd
Zij leerden elkaar kennen tijdens zijn studie in Australië en hebben twee zoons. Catherine is lerares
Engels, met als hobby dat ze tijdens de floorshows uitleg geeft over Thaidansen. De manager van het
restaurant ‘’Sala Norasing’’ waar avonds ook de floorshow wordt gegeven, vroeg mij of ik ook die
zondag weer wilde komen. De tweede keer was het succes nog groter, met als beloning dat ik van af
nu gratis toegang heb. De dansers komen allen van de universiteit in Bangkok met een speciale
afdeling voor het Thaidansen. Ze beginnen er al op vrij jonge leeftijd en zijn van gegoede families, die
in staat moeten zijn deze studie te bekostigen.
Bangkok, Thai dansen
Ik wil de volgende keer samen met Surd en Catherine een van de meisjes uitnodigen. Dat wordt wel
lastig, omdat het hier dus gegoede families betreft en het de gewoonte is, dat hun dochters alleen
met een jongen mee uit mogen, als er ook een chaperonne mee gaat. Dat laatste zie ik uiteraard niet
zitten. Maar misschien lukt dat wel in gezelschap van Surd en Catherine. In Bangkok heb ik ook wat
van hun vrienden ontmoet, zoals Hellen Austin en Narcing Aguilar. Hellen is Frans/Vietnamees
(moeder woont in Monaco) en geeft Franse les.
37
MS van Neck; Singapore -> Sydney 17-09-1966
Opa en Oma.
De van Neck heeft een z.g. owners cabin geschikt voor maximaal twee passagiers. Een enkele keer
varen die dan met ons mee, zoals ook deze reis een ouder echtpaar (Opa en Oma). Eergisteren zijn
we avonds bij Thursday Island (straat Torres) gestopt, want Oma was nogal ziek en om haar door een
arts van het plaatselijke ziekenhuis te laten onderzoeken. Ze bleek blindedarmontsteking te hebben,
maar wilde ondanks aandringen van de arts en haar man niet van boord en naar het ziekenhuis. Dus
is ze aan boord gebleven (als ik de Ouwe was, had ik haar er afgestuurd) en is ze tegen de
verwachtingen in zelfs alweer iets aan de beterende hand. Onze HWTK heeft iets aan zijn blaas en
daar werd meteen naar gekeken, maar hij ligt ondanks medicijnen nog steeds op bed. Hijzelf woont
in Sydney.
MS Van Neck; te Melbourne 09-10-1966
Ditmaal mrs. Dax alleen per telefoon gesproken. Enerzijds omdat ik een paar keer de stille wacht op
verzoek van de tweede WTK heb overgenomen (dit betekent dat je aan boord moet blijven voor het
geval er iets aan de hand is). In Sydney neemt de 2e WTK dan weer mijn wacht over. Anderzijds
omdat Mr Dax vandaag terugkomt uit Europa en zij hem (helemaal per auto) in Sydney afhaalt. Hij
was gezien het krappe schema helaas niet in staat om in Arnhem ook op bezoek te gaan.
MS Van Neck; Sydney -> Sandakan (Sabah) 21-10-1966
Drie weken geleden ben ik in Sydney samen met Bob Jeffery (een vriend), zijn vriendin June**34),
nog een andere Peter en de vriendin van June, Robynne uit geweest op Kings Cross, het
uitgangscentrum van Sydney boven op een heuvel**35). Later die avond zijn wij in mijn hut beland
om nog een afzakkertje te nemen.
MS Van Neck aan kade naast Sydney Harbour Bridge
Robynne
De volgende avond was er een feest in de flat van de meisjes, georganiseerd door Bob en June. Enfin
het klikte toen tussen Robynne en mij. Als afkoelingsperiode hebben we toen maar afgesproken te
wachten tot we terug zouden zijn. (Sydney -> Melbourne ->, Tasmania -> Sydney duurde totaal
ongeveer drie weken). Dit met de afspraak elkaar niet te schrijven, behalve als levensteken een
kaartje. Ondanks dat zijn we nu en na drie weken nog steeds gek op elkaar.
38
Kortom ik heb nu een Australische vriendin in Sydney en wij zijn bovendien beiden op 14 juni jarig,
alleen is Robynne een jaar ouder (1940). Robynne Benson is onderwijzeres en geeft les aan
spastische kinderen. Zij is de dochter van een tandarts in Gosford, een suburb van Sydney en woont
samen met June en nog twee meisjes in een flat, met een prachtig uitzicht op de baai, de beroemde
Sydney Harbour Bridge en het in aanbouw zijnde Opera house. Met die bouw is hier in Australië het
nodige aan de hand, waaronder ruzie met de Deense architect. Iedere keer als we weer in Sydney
binnenlopen zie je dat de bouw is gevorderd. Of onze relatie standhoudt gezien de nu toch wel erg
korte tijd die we samen doorbrachten en de relatief lange periode (ca twee maanden) voor ik weer
terug ben in Sydney, moet worden afgewacht.
Uitzicht van af de flat van Robynne
Robynne
**34) Bob Jeffery en June Law trouwden op zaterdag 7 september 1968
**35) In 1999 nam ik deel aan het IIR-wereldcongres te Sydney en logeerden ik samen met Henriette in een
hotel op Kings Cross. Als onderdeel van dit congres kregen wij een rondleiding door het ondertussen al 26 jaar
geleden (20 oktober 1973) geopende Opera House, met ook een bezoek aan de technische ruimten en een
uitvoering in het theater. Het ontstaan en de bouw wordt uitstekend beschreven in Opera House Act One.
Publiced in 1997 by David Messent and by the National Library of Australia ISBN No.O 646 32279 6.
MS Van Neck; Congestie in Bangkok 13-11-1966
Ik lig boven bij de schoorsteen, heerlijk in de late middagzon. We liggen door congestie al bijna een
week bij het Bangkok pilot station voor anker en moeten wachten tot we naar binnen kunnen. Vlak
bij ons ligt eveneens de Rotterdam voor anker. Als varend correspondent van de VNKO schrijf ik
rapporten over wat zich hier zoal op de vloot afspeelt. Ook soms voor collega’s als er zich
moeilijkheden voordoen of als er vragen zijn. Van Robynne krijg ik regelmatig brieven. Of onze relatie
iets blijvends wordt is echter de vraag, want ze schrijft dat ze er niet goed tegen kan dat het zo lang
duurt voordat ik weer in Sydney terugkom. Ze vindt het verschrikkelijk dat we elkaar alleen maar per
brief kunnen bereiken. Kortom een paar maanden afwezig is niets voor haar. Mijn eerste grote liefde
was Jette. Na een paar maanden stage in Nederland moest zij terug naar Denemarken. Dat hield in,
zij in Kopenhagen/Køge en ik in Arnhem. Ik bleek daar toen beter tegen te kunnen dan nu Robynne.
Wij hebben het er toen nog over gehad dat Jette me zou volgen naar Singapore zodra ik een vaste
aanstelling zou hebben gekregen, maar dat bleek voor een beginnend koopvaardij officier geen
financieel haalbare kaart. Jette heeft er toen zelf - en terecht- een punt achter gezet. Met dat als
ervaring heb ik Robynne daarvoor gewaarschuwd. Dit is nu eenmaal de pest van het varen, en ik
moet contractueel wel deze term van 1,5 jaar (voor gehuwden 9 maanden) afmaken. Dat wil zeggen
in mijn geval tot begin juni ‘67 met ook nog eens het risico dat ik tussentijds word overgeplaatst naar
een ander schip dat niet op Sydney vaart.
39
Met een beetje geluk zijn we deze reis echter met kerst in Sydney. Het is daar dan hoogzomer en
dan ziet de wereld er ineens veel positiever uit. Als vrijgezel is dit een prachttijd, maar zodra je
verliefd wordt, is dat anders**36).
SS Rotterdam voor anker bij Bangkok pilot station
2015, dus 49 jaar later als hotelschip te Rotterdam
**36) Toen nog geen internet en Skype. Dat maakt een dergelijk beroep nu veel beter draagbaar.
De schoonvader (Mr Brine) van een van de dochters van de fam. Dax heeft mij voorgesteld om in Australië te
blijven en via zijn politieke vriend, de minister van immigratie (Mr Snedden), uit laten zoeken wat voor mij de
mogelijkheden waren? Dat viel erg tegen, omdat in ustralië mijn diploma’s niet werden erkend? Wel had ik
natuurlijk ook daar een opleiding op het gebied van de koudetechniek kunnen volgen.
MS Van Neck; Balikpapan (Indonesië) -> Sydney 20-12-1966
In Bangkok ging ik weer naar de Sala Norasing waar ik Surd en Catherine ontmoette. De manager was
verheugd mij te zien en had voor mij een exclusieve plaats geregeld waar anderen niet mogen zitten.
De dansers wisten dat ik er was en ik heb er veel foto’s kunnen maken. Na afloop zijn we bij Narsing
wat gaan drinken. In Singapore was het op 19 november aankomst en vertrek en was er niet eens tijd
om inkopen te doen.
Op de Indonesische pasar
Vissersbootje bij Balikpapan
Henk Buiteman kwam toen als 4e WTK aan boord**37) en bovendien kregen wij een volledig nieuwe
bemanning bestaande uit van Singapore afkomstige Chinezen en Maleiers. In het begin waren er met
die nieuwe bemanning wat aanpassingsproblemen, maar nu gaat alles weer vrij goed. Alleen de Chief
Steward is een ramp.
40
Hij spreekt namelijk geen woord Engels en dat terwijl hij de boekhouding van lokaal ingekochte
voeding en drank in het Engels bij moet houden. Hoe men op het kantoor in Singapore hem aan
heeft kunnen nemen is een raadsel. De vorige Chief Steward is gelukkig nog aan boord om hem in te
werken, maar hij gaat van uit Sydney terug naar Hongkong en voelt er weinig voor om nog langer aan
boord te blijven. Balikpapan was nogal veranderd sinds twee jaar geleden. Men vertelde er dat
tijdens de communistische opstand van een jaar geleden (1965), een kampong was platgebrand en
de opstandelingen ook probeerden de olie-installaties in de lucht te laten vliegen. Dat is echter
mislukt met behulp van bewakers. Er is nu geen enkele blanke meer en de nogal uitgebreide
raffinaderijen zijn nog niet voor 100% in bedrijf. In het schilderachtige plaatsje heb ik wat dia’s
genomen. Ik heb er een origineel met de hand gesneden houten Balibeeld gekocht (ca. 60 cm hoog).
Het stelt een danseres voor en is geen slordig toeristisch exemplaar zoals je die in Bangkok te kust en
te keur kunt kopen. Prijs ca. Fl. 35,- + een oud hemd.
Hulpmotor in machinekamer van ms Van Neck
Olieterminal te Balikpapan
Het beeld aan boord brengen gaf nogal wat problemen, want de douane wilde weten hoe ik het had
kunnen kopen voor de toegestane 100 roepia’s, die we per keer dat we de wal op gaan mee mogen
nemen. Enfin na hem nog eens 50 roepia (fl. 1,75) te hebben gegeven, waren de problemen
opgelost. We komen waarschijnlijk a.s. zaterdag de 24e (dus net voor kerst) in Sydney aan. De
hoeveelheid lading is echter klein, met de kans dat ze die dan nog kunnen lossen en dan met de
beide kerstdagen op zee. Enfin we zullen maar hopen dat dit niet lukt.
**37) Henk Buiteman is de enige van uit die periode waarmee ik ook nu nog bevriend ben.
MS Van Neck; te Sydney 24-12-1966
Met Robynne alles okay en we blijven hier gelukkig met de kerstdagen.
Omdat ons vaarschema (mede door de congestie in Bangkok) nogal in de war is, werd het ook voor
Robynne pas op het laatste moment duidelijk, dat wij tijdens de Kerstdagen in Sydney zouden blijven
en ik met haar mee kan gaan naar het zomerhuis van haar ouders.
MS Van Neck; te Melbourne 03-01-1967
Ik heb dus de kerstdagen doorgebracht bij Robynne thuis. Dat wil zeggen in hun zomerhuis aan de
kust en halverwege Sydney - New Castle. Zo’n kerstfeest hier in ustralië is toch minder gezellig dan
in Nederland. Het is natuurlijk prachtig dat je juist dan aan het strand kunt zitten, maar ik geef toch
de voorkeur aan het koude, desnoods regenachtige Nederlandse weer. Paul, een broer van Robynne
doet veel aan de surfboardsport en ik wilde dat dus ook eens proberen. Net toen ik voor de eerste
keer met een surfboard in zee was, kwam een vriend van hem op zijn surfboard zittend naar me toe.
Ik dacht om me te helpen, maar hij riep dat we het water uit moesten omdat een patrouillerend
vliegtuigje in de buurt haaien had gesignaleerd. Er zijn daar stranden met bewaking (lifeguards) waar
je uitsluitend tussen de vlaggen mag zwemmen.
41
Met een surfboard mag je daar niet komen en doe je dat daar buiten voor eigen risico. Als er haaien
worden gespot geeft het vliegtuigje dat door en luidt men aan het strand een bel. Maar die bel had ik
niet gehoord en wist overigens ook niet wat dat betekende. Ik was dus de enige die nog in zee was
en ben op mijn bord zittend naar het strand gepeddeld. Wat Robynne betreft is het precies zoals zij
zegt: we zien elkaar een paar dagen zo veel mogelijk en dan plotseling ben ik een paar maanden weg
en dat maakt het wel erg moeilijk.
Van KPM naar KJCPL
Op 1 januari 1967 lagen wij in Melbourne, streken daar voor het laatst de KPM-vlag en hesen de vlag
van de KJCPL (RIL). Dochter KJCPL nam daarbij Moeder KPN over. Alle officieren kwamen automatisch
in dienst van de KJCPL.
Het op 1 januari 1967 strijken van de KPM-vlag en hijsen van de KJCPL-vlag
Vandaag kregen wij het bericht dat op MS Straat Malakka (RIL), de gezagvoerder vier muitende
Chinezen door de benen moest schieten, om ze op afstand te houden. Ik ben naar een oogarts
geweest, omdat ik vaak hoofdpijn kreeg tijdens het studeren en lezen, maar wel alles volkomen
scherp zie. Als ik het goed heb begrepen zijn mijn lenzen niet overal 100% rond of zoiets. Een leesbril
koste me toen A$ 16,50 = Fl. 66,- (vond ik duur), maar ik heb nu geen last meer van hoofdpijn.
MS Van Neck; Sydney -> Sandakan (Sabah) 31-01-1967
Tijdens de tweede call te Sydney bleek dat het weinig zinvol was voor Robynne en mij om zo verder
te gaan. Er was nauwelijks tijd om elkaar beter te leren kennen en wij leefden ieder in een totaal
andere wereld.
42
Mede daarom hebben wij alweer een week geleden in Sydney besloten er een punt achter te zetten.
Voor ons beiden best moeilijk, maar tijd heelt alle wonden. Er zit schot in het volgen van de cursus
koudetechniek, maar dat vraagt wel discipline. Vooral in een haven is het lastig om dat vol te
houden. Gelijk met deze brief gaat er een brief naar de KJCPL met het verzoek pas half november
naar huis te mogen gaan in plaats van juni. Dit met het plan om daarna begin januari ’68 (dus over
ongeveer een jaar) mijn ontslag in te dienen en dan in Nederland als koudetechnicus een loopbaan te
beginnen en te solliciteren.
MS Van Neck; Port Swettenham (Port Klang) -> New Castle 18-04-1967
Veel overwerk en dus weinig tijd voor studie. Tot overmaat van ramp werd mijn hut ook geverfd, met
als gevolg dat ik eerst alles van de muur moest halen + mijn op afstand bediende radio, pick-up en
verlichting, wat een enorme dradentroep met zich meebrengt, het verhuizen naar een reserve hut en
dan later weer terug. In Singapore heb ik 14 nieuwe langspeelplaten gekocht en daarmee is mijn
verzameling opgelopen tot 110 stuks. Ook kocht ik een draagbare typemachine.
MS Van Neck; Devonport (Tasmania) -> Sydney 11-05-1967
De dochter en schoonzoon van de fam. Dax (John en Judy Brine-Dax + hun kinderen) gaan gedurende
twee jaar naar Schotland. Een vriend van mij (John Hayes) en Margot beiden uit Sydney en Trish uit
Melbourne, komen waarschijnlijk eind dit jaar, dus wanneer ik terug ben naar Europa en Nederland.
John is leraar Frans en heb ik indertijd via Robynne leren kennen.
MS Van Neck; Port Swettenham (Port Klang) -> Brisbane. 12-07-1967
4e WTK Henk Buiteman bleef helaas maar één reis aan boord en werd op 25 maart ’67 in Singapore
alweer overgeplaatst naar MS Sanana. Dinsdag 11-07-’67 (gisteren) kreeg ik bij slecht weer, een 20 kg
zware cilinder gevuld met Freon 12 **38) op mijn tenen. Die viel van een verhoogde drempel in de
dienstgang. Gevolg: twee tenen waar onder de grote teen blauw, nee paars en behoorlijk pijnlijk. Ik
kan ze nog bewegen en dus lijkt het erop dat ze niet zijn gebroken. Vannacht heb ik ondanks een
slaaptablet niet veel geslapen. Het lopen is gereduceerd tot strompelen en beperk ik tijdens de
wacht tot de belangrijkste zaken. De meeste tijd zit ik nu op de drempel aan de ingang van de
schroefastunnel (de koelste plaats in de machinekamer). Dat betekent dat de 2e en 4e WTK mijn
wacht niet over hoeven te nemen, want 6 uur op en 6 uur af is geen pretje. Ik heb bovendien
gelukkig een prima olieman met voldoende ervaring om mij te waarschuwen als er iets niet in orde
zou zijn (‘’water no good of oilo no good’’).
Aan boord hijsen
43
Afgelopen zaterdagmiddag (9 juli om 16.15 uur) hebben we in de Javazee een Indonesische prauw
die met een gebroken mast en drie vissers ronddreef gered en hen met prauw en al aan boord
gehesen. Ze waren door de krachtige moessonwind een heel eind uit de kust geblazen en hadden het
geluk dat wij ze tegenkwamen. Ze zijn ongeveer 36 uur aan boord gebleven tot we ze in de nacht en
vlak bij de kust van Java weer hebben afgezet. Dit in de nacht, om zo gedoe met de Indonesische
autoriteiten te voorkomen. De drie jongens hadden overigens de tijd van hun leven. Ze kregen van
alles mee. Niet alleen rijst en water, maar ook oude kleren, zeep enz., enz. Kortom veel spullen die
daar moeilijk te krijgen zijn of niet te betalen. Voor hen was het zo ongeveer het winnen van de
Fl.100.000,- en het geluk dat wij ze tegenkwamen, want zonder ons had er erg slecht voor ze
uitgezien. Allah werd dan ook uitgebreid geprezen.
De slapende schipbreukelingen
Een prauw waarmee men de zee op durft te gaan
**38) Een cilinder koudemiddel op mijn tenen was wel een hardhandige manier om mij te betrekken bij dit
mooie vakgebied. Freon 12 (R12) als CFK en in mindere mate ook Freon 22 (R22) als HCFK, tasten de Ozonlaag
aan. Het Montrealprotocol (16 september 1987) heeft betrekking op het daarom wereldwijde verbod op het
gebruik van deze chemische koudemiddelen. Per 1 januari 2015 is de Europese F-gassenverordening van kracht
over het gebruik van HFK als broeikasgas. Het beleid is om deze zoveel mogelijk te vervangen door natuurlijke
koudemiddelen zoals NH3 (Ammoniak), CO2 (Koolstofdioxide), brandbare koudemiddelen als Propaan/Butaan
en verdampend water (Zie **43: Vanaf 1997 t/m 2021 was ik sterk betrokken bij de ontwikkeling van indirect
adiabatische koeling met water als koudemiddel).
MS Van Neck; Aankomst Brisbane. 21-07-1967
Voor alle zekerheid toch met mijn voet naar het ziekenhuis.
Daar bleek dat beide tenen wel zijn gebroken, maar zodanig dat ze alweer aan elkaar groeien. Gips is
dus gelukkig niet nodig. Wel hebben ze er voor alle zekerheid een strak verband om heen gewikkeld.
MS Van Neck; Melbourne. 12-08-1967
Over thuiskomen gesproken, ik verwacht in oktober vanuit Singapore naar huis te vliegen. Daarom
neem ik nu al afscheid van de fam. Dax en wordt straks afgehaald door de fam. Brine. In Hongkong is
sprake van een enorm watertekort (4 uur water iedere 4 dagen). Er is hier wat rumoer ontstaan over
het terugtrekken van de Engelse troepen uit Singapore, Malaysia en Australia en New Zealand. Het
komt erop neer dat alleen de VS hier de zaken in evenwicht moet houden. Trouwens, in Singapore is
men er niet op gesteld om schepen van de VS vloot in hun haven te ontvangen. Het lijkt of er steeds
weer moeilijkheden ontstaan. De situatie in het Midden-Oosten is allesbehalve rooskleurig, maar die
in Azië is gevaarlijker, vooral nu de Engelsen zich terugtrekken. Engeland zal trouwens economisch
nog wel de terugslag ondervinden, gezien hun belangen.
44
Het onprettige gevoel ontstaat dat we naar een derde wereldbrand worden gedreven en berg je dan
maar. Het kwaad is het Chinese Communisme, dat vreet om zich heen en niet alleen in Thailand,
maar ook bijvoorbeeld in Sarawak. In Kuching hebben ze nog niet zolang geleden weer eens een
wapenopslagplaats ontdekt. Ook in Indonesië zullen nog wel weer de nodige moeilijkheden ontstaan.
De mens is gek en zal het altijd blijven**39).
**39) op 30 september 1965 vond in Indonesië een mislukte Communistische staatsgreep plaats, die door Gen.
Soeharto werd neergeslagen. Omstreeks 1966 was bovendien sprake van een zeer hoge inflatie.
Zie Geschiedenis van Indonesië - Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Indonesië
Het beschrijft de geschiedenis van Indonesië van de prehistorie tot onafhankelijkheid en de geleide democratie.
MS Tjiluwah passeert Ms Van Neck
MS Van Neck; Melbourne. 13-08-2067
Er schijnen op de Tjiluwah, een van de grote passagiersschepen van de RIL-moeilijkheden te zijn en er
wordt driftig overgeplaatst. Ondergetekende moet in Sydney naar de Tjiluwah en dat is maar voor
een paar maanden. De Tjiluwah vaart o.a. naar Hongkong en Japan. Hoe het nu echter met mijn
vertrek naar Nederland zit weet ik niet. In Bangkok komen we niet en dat is wel jammer. Wat betreft
mijn besluit om begin 1968 ontslag te nemen: Mijn vader heeft het over geen oude schoenen
weggooien, maar mijn besluit staat echter (100%) vast. Ik moet dan of ontslagnemen of mijn verdere
leven blijven varen en voor dat laatste voel ik niets. Het zal nu niet zo gemakkelijk zijn als een paar
jaar geleden, maar toch doe ik het. Nu moet ik alleen maar voor mezelf zorgen en bovendien weet ik
nu dat ik minder geschikt ben voor varen en een vriendin, laat staan getrouwd. En ik heb gekozen
voor een loopbaan binnen de koudetechniek.
Passagiersschip MS Tjiluwah (9849 BRT)
1951 Werf: Van der Giessen, Krimpen aan de IJssel
Twee hoofdmotoren en dubbelschroef
222 Passagiers: 1e klasse 104, Tourist-klasse 118
1972 verkocht naar Singapore en herdoopt in Kota Singapura
1980 Gesloopt
21-08-1967 te Sydney overgeplaatst naar MS Tjiluwah
Sydney -> Brisbane -> Yokkaichi -> Nagoa -> Tokyo.
Uit die tijd zijn geen brieven bewaard.
45
Tjiluwah te Sydney
Zuigertrekken, zwaar en vies werk
Op de Tjiluwah heb ik koudetechnisch mijn hart op kunnen halen. Zowel van wege de airco als de
koel- en vrieskamers (domestic refrigerated rooms). Het schip beschikte als (toen) een van de
weinigen over een NH3 (Ammoniak) koelinstallatie met DX (geen nat systeem). Dat wil zeggen deels
met indirecte koeling met behulp van brijn (zout opgelost in water) en deels met stille koeling via
serpentijnen die zijn aangebracht langs de celwanden (zonder ventilatoren).
MS Tjiluwah aan de passagierskade te Sydney
46
Onderweg naar, en vlak bij Japan
De automatische regeling werkte van geen kanten en dat betekende, dat alles met de hand moest
worden geregeld. Het gebruik van NH3 heeft me overigens bijna mijn leven gekost. Aan boord zijn
twee staande Loog-Landaal (NH3) ammoniak compressoren (stampers). Een ervan moest worden
gereviseerd. Terwijl ik daaraan werkte, hoorde ik achter mij kabaal. In een flits heb ik toen de
hoofdschakelaar uitgezet. Bij controle bleek dat de koelwaterpomp (zeewater) was uitgevallen terwijl
de compressor door bleef draaien. De hogedruk-beveiliging had toen de compressor automatisch
moeten stoppen maar deed dat niet. Deze was naar later bleek, overgevoelig voor het trillen van het
schip en schakelde daardoor de compressor onnodig uit. In dit geval gebeurde dat uitschakelen niet,
omdat een van mijn voorgangers (de kl?z!!) een rubbertje tussen de aansluiting en drukbeveiliging
had aangebracht. De hogedruk loopt dan snel en sterk op, omdat de installatie zijn warmte niet meer
kwijt kan. Als ik daar niet toevallig aan het werk was geweest en niet op tijd had gereageerd, was
bijna zeker de installatie opengebarsten, met alle mogelijk al of niet dodelijke gevolgen van dien. Dat
wil zeggen door het dan vrijkomen van pure Ammoniak dodelijk voor de aanwezigen in de
machinekamer en paniek onder de ca. 200 passagiers. Voor alle zekerheid heb ik voor mijn opvolgers
voorschriften gemaakt over hoe met deze installatie om moest worden gegaan. Het zo mogelijk
volledig renoveren van de installatie of beter nog, deze vervangen door R12 en R22 was geen
overbodige luxe. Of dat ook later alsnog is gebeurd vertelt het verhaal niet.
Nog even rondkijken en shoppen voor ik naar huis ga
47
November 1967 terug naar Nederland
Uiteindelijk vloog ik van uit Tokyo, met een overstap in Osaka met KL 868 op dinsdag 10 november
1967 terug naar Amsterdam. De poolroute was toen een paar weken volgeboekt en dus koos ik
ervoor om via Bangkok (toen in totaal 37 uur met tussenstops) terug te vliegen. Ik heb nog
overwogen om als tussenstop een paar dagen in Bangkok te blijven, maar besloot toch door te
vliegen, want twee jaar onafgebroken van huis was lang genoeg. Achteraf heb ik wel spijt dat ik toen
niet een paar dagen in Bangkok ben gebleven.
1968: Nogmaals een toevallige ontmoeting
Terug in Nederland ging ik begin 1968 een paar dagen per trein naar Denemarken. Het was een
internationale trein met ouderwetse coupés, voorzien van een schuifdeur. Tijdens de terugreis stapte
In Kopenhagen een jonge vrouw in en nam tegenover mij plaats. Verder was er niemand. We raakten
aan de praat en toen bleek dat zij de vriendin is van onze derde stuurman van de Tjiluwah. Die zou
drie maanden na mij met verlof gaan en zij was nu op weg naar Schiphol om hem af te halen.
2020 en dus 53 jaren later, contact met Bert Botzen over zijn boek ‘’Vaar wel’’
Een zeemansleven tijdens de pakketvaart ISBN: 978-94-638-947-5
Een avontuurlijke reisroman geschreven door Bert Botzen en pas in 2019 uitgegeven. Hij begon in
1963 als leerling WTK aan boord van MS Van Neck. Voer later ook nog aan boord van MS Sinabang
(mijn 1e schip). Al met al een voor mij zeer herkenbaar verhaal. Wat ik nog niet wist was, dat op de
Van Neck brand is uitgebroken op 22 september 1967 **40). Dus kort nadat ik werd overgeplaatst
naar de Tjiluwah.
**40) Brand aan boord van Ms Van Neck: de bron is het boek “Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen,
uitgeverij De Alk, ISBN 90-6013-527-x. Daarin wordt de brand aan boord van de Van Neck op 22 september
1967 te Sibu (Serawak) vermeld.
E-mail aan Bert Botzen: Als leerling WTK op de Sinabang was mijn eerste Baas: Bronsvoort met de
bijnaam rode Gert (Red.: HWTK werd aangeduid met Baas.) Hij en ik konden slecht door één deur en
hij plaatste de opmerking: ‘’Leraar (Red? aanspreektitel voor een leerling), als ik in de machinekamer
ben loop je met me mee om belangstelling te tonen’’? De tweede WTK had hem gewaarschuwd voor
gietgallen in een van de cilinderkoppen en wilde die vervangen, maar de Baas, zuinig als hij was,
wilde dat niet. Op weg van Sydney naar Melbourne brak een gietgal door met als gevolg: olie in het
bufferwatertankje en water in de smeerolie. Baas Bronsvoort liep zenuwachtig door de
machinekamer en ik dus trouw achter hem aan, tot hij zich omkeerde en vroeg: leraar wat doe je
hier? Mijn antwoord: nou meneer belangstelling tonen. Enfin hij begon te vloeken en ik wist niet hoe
snel ik weg moest komen.
48
Wij konden toen de hoofdmotor niet stoppen, vanwege het risico van dan vloeistofslag tussen zuiger
en cilinderkop. Het schip moest daarom met een sleepboot in Melbourne naar binnen worden
gebracht en afgemeerd. Kort daarna kwam Baas Broekman aan boord en kwam ik terecht in een
geheel andere wereld. Hij begreep wel dat een leerling moest worden begeleid.
Antwoord van Bert: In mijn boek beschreef ik een incident met de hoofdwerktuigkundige van de
Sinabang. Helaas zijn me veel namen ontschoten, maar toen ik Bronsvoort las wist ik het bijna zeker:
dat moet dezelfde Baas geweest zijn. Ik herinner me, behalve zijn nurkse optreden, in elk geval de ‘o-
klanken in zijn naam. Dat zou betekenen dat hij begin 1965 weer op de Sinabang gevaren moet
hebben. Ik herinner me dat op de Van Neck de koelkamertemperatuur bij fruit zoals Nieuw-
Zeelandse appels, heel nauwkeurig gehandhaafd moest blijven. Door een kleine storing lukte dat
soms even niet. Dan ging de kaart van de temperatuurschrijver de prullenbak in en werd er op een
andere met de hand een nieuwe temperatuurlijn getrokken. Hoe dat met de verzegeling zat dat weet
ik niet meer.
En: Inmiddels ook jouw vaarverslag gelezen. Boeiend, de schaatsbaan in Melbourne ken ik ook.
Hoewel ieder het op zijn eigen manier beleeft, zie ik ook parallellen met mij vaarervaringen. Je
spreekt van je (toevallige) ontmoetingen. Dat herken ik, alleen koppel ik er in mijn (geromantiseerde)
boek ook steeds weer het afscheid, het vaarwel, aan vast. Ik kwam ook tot de conclusie dat ik niet
wilde blijven varen als getrouwd man. Ik hield hechtere relaties op een afstand en nam na zeven jaar
ontslag. Op de valreep leerde ik in N.Z. wel Lynn kennen met wie ik veel correspondeerde, veel
plezier had en een goede relatie opbouwde. Ze kwam naar Europa en naar Holland toen ik verlof
had. Ze werkte in Londen als dental nurse, maar toch zette die relatie na een weifelende periode niet
door. Naar N.Z vertrekken was een optie maar Holland was me te lief. Zij vertrok weer naar N.Z. en ik
trouwde in 1974 met mijn huidige vrouw Rian die overigens geboren is in een buurtschap bij
Lichtenvoorde, niet ver van Lievelde. Haar vader dreef tot op hoge leeftijd een klompenmakerij.
53 jaar koudetechniek en luchtbehandeling 1968 t/m 2021
1968 Grenco
End 1967 nam ik afscheid van de zee en het Verre Oosten en begon in 1968 mijn koude-technische
loopbaan bij Grenco, kantoor peldoorn. De daaropvolgende twintig jaar was ik werkzaam bij diverse
bedrijven en een van de Nederlandse koude technici die de ongeschreven wet van die tijd bevestigt:
‘ ls je niet in dienst bent geweest bij Grasso of Grenco, dan tel je als technicus niet echt mee’!
1968 Minnie
Ik trouwde met Minnie Weimar in december 1968; echtscheiding december 1988. Nakaartend
pasten wij gewoon niet bij elkaar en hadden nooit moeten trouwen. Bij dit alles speelde het verlies
en gemis van haar vader, die actief was in het verzet, door de Duitsers werd gearresteerd, in een
gevangenkamp aan het einde van de oorlog ernstig verzwakt en ziek stierf een rol. Omdat ik me
stortte op mijn werk, de politiek (VVD en raadslid) en als gids in het Vragenderveen, heeft ons
huwelijk nog 20 jaar geduurd.
49
Minnie was een bovengemiddelde (lees begaafd) schoonheidsspecialiste en huidtherapeute. Dat wij
geen kinderen kregen was mede te danken aan een medische misser tijdens een operatie in 1970 te
Apeldoorn. Na onze echtscheiding bleef zij in Lievelde en verhuisde ik naar Wijk bij Duurstede.
Onze tuin in Lievelde hoek Hollandse-/Engelse Schans.V.l.n.r. Janet, Gerard, Caspa met Annemieke, Minnie,
Marit, een vriendin van Tante Miek, Tante Miek en op de rechter foto: Annemieke met Oom Fred.
1970 SF-Lucht en warmtetechniek (Fläkt),
Begin 1970 trad ik in dienst bij SF-Lucht en warmtetechniek (Fläkt), een bedrijf gespecialiseerd in
luchtbehandeling en als koudetechnicus op de afdeling gespecialiseerd in klimaat- en
temperatuurkamers, operatiekamers en schuilkelderventilatie.
1972 Ugesa
Er stond een advertentie + een artikel over Ugesa (Uges advies) in het toenmalige koeltechnische
blad ‘’Frigotechnica’’. ls je dat bekijkt was ik toen al bezig met vakinhoudelijke voorlichting richting
de opdrachtgever. Mijn probleem toen: wel ideeën, maar te vroeg en te weinig ervaring. Na ca. een
jaar ben ik - een ervaring rijker - er mee gestopt, ook al omdat SF-Lucht en warmtetechniek (Fläkt)
me vroeg terug te komen.
1973 Van Oosterhout
Daarna volgde in 1973 een klein jaar bij Van Oosterhout, een bedrijf gespecialiseerd op isolatie van
koel- en vrieshuizen en de bouw van klimaatkamers. In dat jaar begon op 6 oktober de Jom Kippoer-
oorlog. Israël werd aangevallen door een coalitie van Arabische staten onder leiding van Egypte en
Syrië. Tijdens deze oorlog werd Israël gesteund door Westerse landen waaronder ook Nederland. Als
tegenreactie besloten de Arabische landen, verenigd in de OPEC, om de prijs van olie te verhogen.
Binnen twee weken tijd was de prijs verviervoudigd van 3 dollar per vat naar 12 dollar. Deze
prijsverhoging had een grote invloed op de economie en leidde tot de autoloze zondagen van
Premier Joop den Uyl en benzine op de bon.
1974 Mueller Europa
In 1974 trad ik als hoofd R&D in dienst bij Mueller Europa BV en verhuisde in 1975 naar Lievelde
(toen nog Gemeente Lichtenvoorde). Mijn sollicitatie als hfd R&D bij Mueller Europa was bijzonder.
De toenmalige directeur Rinus Vervoort (daarna ATAG en Batavus) vertelde dat mijn taak de
introductie van een nieuw type melkkoeling zou zijn. Hij vroeg of ik voldoende ervaring had om dit te
kunnen. Ik antwoordde dat het moeilijk was daarop te antwoorden zolang ik niet wist waarover het
ging. Enfin, op hand-shake dat ik er een jaar niet over zou praten als de aanstelling niet door zou
gaan, begon Rinus uit teleggen waarover het ging.
50
Al gauw nam ik echter het gesprek over en vertelde tot zijn verbazing wat de kenmerken waren en
hoe het functioneerde. Dat was niet zo opmerkelijk, want ik had een paar jaar daarvoor een AC-
installatie verkocht, gebaseerd op dat principe. Het betrof een Westinghouse patent waarvoor het
moederbedrijf, de Paul-Mueller Company in de USA, de rechten had gekocht.
Mijn eerste gepatenteerde uitvinding de Multiplate
In ons Lab. links een Ijsbank, met rechts er aan
gekoppeld de Multplate-warmteteugwinning
Jaren later in 1985 volgde mijn eerste patent, de Mueller-Multiplate. En dan in 1988 tijdens het
faillissement van Mueller Europa, als een der interimmanagers, samen met de twee curatoren,
Steven Blaisse en Bart de Bruijn en gebaseerd op mijn ideeën, de redding van ME en een doorstart.
In Lievelde leerde ik als VVD-bestuurslid en gemeenteraadslid, Willem van Vliet kennen met zijn
echtgenote Addy. Hij was als 25-jarige op 10 mei 1940 betrokken bij de gevechten bij de Willemsbrug
te Rotterdam en ging enige jaren na de oorlog als bouwkundige naar Nieuw-Guinea.
51
In 1957 bij de vliegramp met de KLM-Neutron in Biak, behoorden zijn vrouw en twee van zijn drie
kinderen tot de slachtoffers**41).
Willem werd meer dan een vriend en was o.a. jaren later in 1991 getuige bij mijn huwelijk met
Marian Zoet. Willem en ik scheelden 25 jaar, maar het was vooral Nieuw-Guinea wat ons bond, ook
al spraken wij er maar sporadisch over. Deze ramp met de PH-LKT Lockheed Super Constellation L-
1049 Triton wordt beschreven in ‘’De vlucht van een paradijsvogel’’ ( uteurs Marlies Dinjens en Stan
de Jong, ISBN 978-90-290-8869-5). Een verhaal over de familie de Rijke, die als één van de weinigen
die ramp overleefden. Hun verblijf in Hollandia eindigde in 1962, ongeveer op het moment dat ik
daar aan boord van MS Van Cloon arriveerde. In het boek wordt ook melding gemaakt van het in
brand steken van de exclusieve Jachtclub in Hollandia, in de nacht van zaterdag 29 op zondag 30
september en één dag voordat op 1 oktober 1962 de VN-vlag werd gehesen.
De in Hollandia uitgebrande jachtclub
Ik heb In Hollandia unieke zwart-wit foto’s kunnen nemen, waaronder die van de uitgebrande
exclusieve Jachtclub, resp. de UNTEA-vlag + Nederlandse vlag en UNTEA-vlag + Indonesische vlag,
beiden voor het oorspronkelijke gouverneurshuis, het moment dat het eerste Indonesische
landingsvaartuig in Hollandia binnenliep, het gedenkteken “50 jaar Hollandia” en daarmee bijna
symbolisch het einde van ongeveer 350 jaar koloniaal tijdperk. Een samenvatting van twee brieven
(07-11-1962 en 23-04-1963) aan mijn ouders van uit Hollandia zijn in 2013 (dus 50 jaar later)
gepubliceerd in ‘’De geschiedenis van Nederland voor Dummies’’. De auteur en historicus, Jury Smit
ontmoette ik in 2011 in Amsterdam, als lid van de P.G. Wodehouse Society**42).
**41) Dochter Rieta was op school in Nederland, daardoor kreeg Willem gelukkig wel kleinkinderen. 55 jaar
later, op 16 juli 2012, gingen nabestaanden terug naar Biak (Mokmer). Rieta besloot echter niet mee te gaan.
Willem van Vliet (31 augustus 1916 - 28 mei 2008) hertrouwde met Addy van Overbeeke (15 september 1929 -
27 april 2018).
1991 Marian
‘’In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen een rol’’.
Najaar 1990 woonde ik in Wijk bij Duurstede en ging samen met VVD-vriend Wim Lucassen als
afgevaardigde naar een vergadering over de kandidaatstelling voor de Provinciale staten. Marian
Zoet was samen met Erica Terpstra lid van de Utrechtse provinciale staten en bovendien raadslid van
de Gemeente Eemnes. Zij had om privéredenen zich eerst niet meer kandidaat gesteld, maar
veranderde (formeel te laat) van mening. Tijdens een chaotische verlopen vergadering verdedigde
Erica Terpstra tevergeefs deze kandidatuur. Ik had Marian nog nooit ontmoet, maar was het met de
argumentatie van Erica eens en stelde haar daarom voor om gezamenlijk een voorkeursactie te
beginnen. Op advies van Erica had ik daarover een gesprek met Marian, maar zij vond dat geen goed
idee. Persoonlijk klikte het juist wel. Het werd het op 7 juni 1991 een huwelijk met een hoog VVD- en
koudetechnisch gehalte en o.a. Erica en Herma voor Marian en Willem van Vliet en Wim Lucassen
voor mij als getuigen. Na eerst een paar jaar in Nijmegen, verhuisden wij naar Apeldoorn.
52
7 juni 1991,
Met Erica en Willem
Samenwerken binnen ons bedrijf, ‘’Het Koude technisch Centrum’’ en bovendien het secretariaat van
de KNVvK, ging ons goed af. In 1994 werd Marian in Apeldoorn wethouder en eerste
locoburgemeester. Dit met de afspraak: zij de politiek en ik de koudetechniek. In het begin ging dat
best goed, maar wreekte ons beider instelling als workaholic zich steeds meer. Uiteindelijk trok
Marian de stekker eruit en kwam voorjaar 1998 aan ons huwelijk met de bekende Seven-year itch
een eind. Deze op zich voor mij best pijnlijke echtscheiding verliep gelukkig in goed overleg. Nu meer
dan twintig jaar later heb ik met Marian en haar oudste zoon Menno Hooghuis nog steeds telefonisch
en per e-mail goed contact.
**42) Vlak bij de Prinsengracht aan de Lijnbaansgracht was toen Mulliner’s Wijnlokaal met Francis van der
Knaap als uitbater. Naast uitstekende wijnen had hij ook een uitgebreid assortiment tapas. Er hing een foto met
daarop o.a. Erica en toen ik ernaar vroeg, vertelde Francis dat die was genomen tijdens een bijeenkomst van de
P.G. Wodehouse Society. Of het zo moest zijn, had ik de meeste boeken uit mijn jeugd weggedaan en alleen de
boeken van Jules Verne en P.G. Wodehouse bewaard. Dat er een P.G. Wodehouse Society bestaat (de oudste ter
wereld) wist ik toen niet. Francis regelde dat Henriette en ik als gast werden uitgenodigd. Oktober 2001 werden
wij beiden lid. Bijzonder is dat als enige niet-Engelse society eerst Mum (The Queen Mother) en na haar
overlijden in 2002 nu HRH Camilla, The Dutches of Cornwall, onze Beschermvrouwe/Patrones is.
Ook hier gold weer: ‘’In ieders leven spelen toevallige ontmoetingen een rol’’?
Mulliner’s Wijnlokaal
Henriette met Francis van der Knaap
53
1988 RCC- Koude & Luchtbehandeling en de KNVvK
Van 1988 tot 1993 werd ik op aanraden van professor . Stolk - de koudetechniek had toen nog een
volwaardige leerstoel aan de Technische Universiteit van Delft - benoemd als hoofdredacteur van
toen nog ‘Koeltechniek’ en het huidige RCC Koude & Klimaat, waarna Harja Blok mijn taak overnam,
maar ik wel tot 2008 verbonden bleef als adviseur. Het secretariaat van de KNVvK - toen nog NVvK -
was tot aan 1993 ondergebracht bij diverse organisaties, zoals TNO, het Sprenger-Instituut en de
Uitgeverij. Toen ik het hoofdredacteurschap overdroeg aan Harja, besloot de NVvK een eigen
secretariaat op te richten en verzocht het bestuur mij dat te verzorgen. Daarmee kreeg ik parttime de
leiding over het eerste eigen secretariaat van de vereniging te Deventer dat later verhuisde naar
peldoorn. Daarnaast stichtte ik mijn eigen onderneming: ‘’Het Koude technisch Centrum’’. Het
centrum richtte zich vooral op het oplossen van technische problemen en bemiddeling bij een conflict
tussen klant en opdrachtgever. Rond de eeuwwisseling is het opgegaan in Volair Holding msterdam
BV, een op R&D gespecialiseerde onderneming, waarin ook pleegzoon Mike Dijkstra actief was. Het
bedrijf raakte steeds meer gespecialiseerd in, en betrokken bij de ontwikkeling van indirecte
adiabatische en diabatische koeling**43). In 2004 ontvingen wij - gezamenlijk met ook een ander
bedrijf - voor onze vernieuwende ontwikkelingen de Europese ‘’’ sercom Energy Efficiency ward’’.
**43) Bij de verdampingskoeling is sprake van diabatische en Diabatische processen? diabatisch betekent
‘’niet Diabatisch’’ zoals asociaal ‘’niet sociaal’’ betekent?
Voor het kantoor aan de Deventerstraat te peldoorn:
Koudetechnologie:
Een antieke Grasso NH3 compressor
Verdampen en condenseren
Harja Blok schreef bij mijn benoeming in 2011 tot Erelid van de KNVvK
Naast een uitputtende lijst van bezigheden vond Peter nog tijd voor diverse andere functies binnen
en buiten de koudewereld. Zo was hij samen met de beide bewindvoerders lid van het
interimmanagementteam tijdens het faillissement van Mueller Europe in 1987; op basis van zijn
ideeën maakte het bedrijf een jaar later een doorstart. Hij was tot aan het begin van de jaren tachtig
bestuurlijk actief op politiek gebied. Ook is hij oud-raadslid van de gemeente Lichtenvoorde en oud-
bestuurslid van de woningbouwvereniging te Wijk bij Duurstede. Een vrolijke noot in zijn bestaan
vormde tot voor enige jaren het penningmeesterschap van de P. G. Wodehouse-Society. De activiteit
waar hij uiteindelijk het langst doende mee is geweest, betreft zijn loopbaan als onbezoldigd
natuurgids in het natuurreservaat ‘Het Vragenderveen’ - een levend hoogveengebied tussen
Winterswijk en Lichtenvoorde.
54
Harja Blok
Hij heeft tussen 1976 en 2010 die functie met veel overtuiging en enthousiasme uitgeoefend. Vele
vrienden en kennissen van Peter Uges bewaren aan de excursies onder zijn leiding zompige, doch
onuitwisbare herinneringen. Hij is echter bij velen vooral bekend door zijn immateriële activiteiten.
De kennis van Peter inzake het verenigingsleven binnen en rond de koudewereld is legendarisch. Er
kan geen bestuurslid genoemd worden of Peter weet de meest gedetailleerde informatie over het
corpus delicti te verstrekken: Werk, woning, gezin, uitspraken, liefhebberijen en exotische anekdotes
- niets bleek voor Peter verborgen. Dat kwam hem goed van pas in de jaren dat hij lid was van de
redactieraad van dit tijdschrift en tijdens zijn lidmaatschap van de KNVvK-Themadagcommissie. Het
netwerk van Peter was verbazend uitgebreid en fijnmazig.
Op een Partner programma’s tijdens een koude- congres V.l.r:
Oude GE methylchloride koelkast,
Hanneke Vos, Henriette Uges, Hetty van Heiningen, Ine Havenaar
ex TU-Delft nu op KNVvK-secretariaat
Wat heeft Peter als de meest belangrijke ontwikkeling ervaren in het afgelopen decennium?
„Dat zijn de ontwikkelingen geweest rond diverse normen die de koudetechniek raken. In het begin
was de KNVvK daar nauw bij betrokken, maar van overheidswege werd de band al losser gemaakt.
De normaliseringswereld werd volledig gecommercialiseerd en wat voorheen door het bedrijfsleven
vrij te verkrijgen was, moest nu stevig voor worden betaald. Dat gaf wrijving, hoewel het in het begin
nogal meeviel, ook al omdat binnen het netwerk de contacten tussen dezelfde personen
gehandhaafd bleven. Na verloop van tijd werden die betrekkingen al formeler en de vereniging kreeg
steeds minder invloed op de gang van zaken. Zo was er in 2007 nog contact met het ministerie over
de vernieuwingen in NEN 7120, maar werd deze gepubliceerd voordat de vereniging het wist. Over
het onderwerp ‘’vernieuwingen’’ waar zo uitvoerig over was gecorrespondeerd, stond niets vermeld.
55
2008: 100 jaar (K)NVvK
Ook rond de warmtepompen ging het niet zoals het moest. De overheid ging uit van een COP van 4,
terwijl iedere technicus toen wist dat in de praktijk een COP van circa 2,25 de werkelijkheid was.
Gelukkig werden de contacten naderhand weer positiever. Het overleg met de normcommissie kwam
weer op gang en resulteerde alsnog in een ‘’normatieve aanvulling’’ door de KNVvK.
Wat we ervan geleerd hebben? Dat je als vereniging bijzonder alert moet blijven. ls je goede
argumenten en onderbouwd cijfermateriaal aandraagt kun je bij de overheid veel bereiken. De KNVvK
heeft een belangrijke taak in deze. Er moeten bestuursleden zijn die aan de bel blijven trekken!”
Stirling cooling bij -84gr C.
diabatische / diabatische warmtewisselaars
Een overzicht in willekeurige volgorde van Peters niet-commerciële werkzaamheden:
? Secretaris van de ‘’Begeleidingscommissie van de KNVvK-erkenningsregeling voor
Keuringsinstanties van mmoniak-koelinstallaties’’; na de invoering van de PED overgenomen
door het Ministerie van SZW.
Bijzonder was de publicatie van deze tijdelijke regeling in de Staatscourant, zonder dat sprake
was van een wettelijk kader;
? Lid van de werkgroep ‘’PlaNK’’ (Platform Natuurlijke Koudemiddelen);
? Secretaris van de ‘’KNVvK-commissie voor Brandbare Koudemiddelen’’ (NPR 7600);
? Voorzitter van de ‘’Commissie Implementatie PED in de Koeltechniek, irconditioning en bij
Warmtepompen’’;
? Lid en later secretaris van de Commissie 341094 van het Ned. Normalisatie-instituut
‘’Koelinstallaties en Warmtepompen’’;
? Lid van de VNO/NCW-commissie SEVESO II (externe veiligheid);
56
? Lid van de Branche Werkgroep Technische eisen;
? Lid van de door de toenmalige Staatssecretaris van SZW en nu Premier Rutte ingestelde
klankbordgroep: ‘’Relatie organisatie/-onderhoud en veiligheid in de chemische industrie’’;
? Betrokken bij de oprichting van de Raad voor de Koude en t/m 2007 adviseur van deze Raad;
? Lid van de Commissie mmoniak van de dviesraad Gevaarlijke Stoffen ( GS);
? Tot en met 2007 voorzitter van de mmoniakkerngroep en Klankbordgroep belast met de
herziening van de PGS 13 (voorheen CPR-13): de regelgeving op het gebied van NH3;
? Voorzitter KNVvK-commissie ‘’Verdampingskoeling en EPN’’ (normatieve bijdrage NEN 7120
in 2010);
? Tot mei 2011 vicevoorzitter van de KNVvK.
2012 ‘’www.airco-kenniscentrum.nl’
Mei 2011 nam ik afscheid als bestuurder van de KNVvK. Daarvoor was ik onder anderen betrokken bij
het oplossen van problemen tussen klant en leverancier. Veel van dit soort problemen werden
veroorzaakt door onduidelijke communicatie. Zo ontstond het idee daar iets aan te doen en kwam
samen met (stief)dochter Danielle Dijkstra en Harja Blok voor de taalkundige aspecten, op 1 februari
2012 de website ‘’www.airco-kenniscentrum.nl’’ tot stand. Bij de start was het algemene
commentaar, dat dit niet zou lukken, maar met inhoudelijke ondersteuning van uit het vakgebied
zoals ISSO en de KNVvK, lukte het juist wel.
De website van het Airco-Kenniscentrum.nl geeft de gebruiker, opdrachtgever en architect
laagdrempelig een kijkje in de wereld van ventilatie, luchtbehandeling en koeling, als in een
encyclopedie. Met informatie over begrippen van bestaande- en innovatieve technieken, een zo laag
mogelijk energiegebruik en hoe je om moet gaan met offertes. De website kan ook ter ondersteuning
worden gebruikt bij het geven van een cursus, is ideëel, niet commercieel en beperkt zich tot
voorlichting. Toen ik zocht naar een organisatie die de website voort zou kunnen zetten, lag het
opleidingsinstituut Aeres Tech (het vroegere PCT+) met GO° te Ede, voor de hand.
Aeres Tech neemt beheer over van airco-kenniscentrum.nl
Het Expertisecentrum Koudetechniek van Aeres Tech in Ede heeft de gehele inhoud en het beheer van de veel
geraadpleegde website www.airco-kenniscentrum.nl overgenomen van eigenaar/beheerder Peter Uges. De
website bevat een schat aan onafhankelijke informatie over innovaties in de luchtbehandeling. De informatie is
met name gericht op gebruikers van airconditioners en opdrachtgevers die er een willen aanschaffen of een
luchtbehandelingsinstallatie willen laten bouwen. ‘Bedrijven blijken zelf nogal eens terughoudend te zijn met
het verstrekken van objectieve informatie’, zegt Uges, de pensionado die inmiddels de zeventig ver is
gepasseerd en geen opvolger heeft om de inhoud van de website te actualiseren en bij te houden. Het
Expertisecentrum Koudetechniek van Aeres Tech heeft die inhoudelijk kennis wél, is net als Uges onafhankelijk
en graag bereid om het beheer van de site over te nemen.
Uges draagt de website ‘om niet’ over. Hij is een bekende persoonlijkheid binnen de KNVvK, de technisch
wetenschappelijke vereniging voor luchtbehandeling en koudetechniek. Inmiddels heeft hij er onderhand een
levenslange carrière opzitten als bestuurslid en (ere)lid van deze vereniging. Ook na zijn pensionering is hij zich
blijven inzetten voor verspreiding van kennis en informatie. Daarnaast spant hij zich in om jonge mensen
enthousiast te maken voor de koudetechniek.
57
‘De communicatie tussen ons vakgebied en de gebruiker is nog steeds wel eens lastig’, zegt Uges. “Dat geldt
natuurlijk niet voor een visboer. Die weet heus wel dat de maden zijn boeltje naar buiten dragen als hij niet
goed koelt. Maar airco en luchtbehandeling is ingewikkelder. Hoe vaak hoor je mensen niet klagen dat het te
koud is op kantoor. Of juist te warm? We communiceren vaak niet goed wat het allemaal is, wat het doet en
hoe het werkt. Voor leken is dat vaak te technisch en dus moeilijk te begrijpen. Het is een platform waar
iedereen de informatie kan vinden die hij/zij nodig heeft.
Per maand krijgt de website gemiddeld ruim 8000 unieke bezoekers. Die bezoekers kijken het meest onder
thema’s als innovatie, luchtbehandeling, regelgeving en aanbevelingen. Maar ook op onderwerpen als
duurzame energie, onderhoud, warmteterugwinning en bijvoorbeeld bevochtigingskoeling wordt veel gezocht.
Uges: ‘Het leuke is dat we merkten dat niet alleen gebruikers en opdrachtgevers de website gebruiken, maar
ook deelnemers aan vakinhoudelijke cursussen’. Dat leidde ertoe dat de website ook wordt gebruikt om
belangstelling voor het vakgebied aan te wakkeren onder jongeren en zijinstromers. ‘Het lag dan ook voor de
hand dat een opleidingsinstituut als eres Tech (vroeger PTC+) het beheer van de website gaat voortzetten’,
zegt Uges.
Voor Aeres Tech is de website een welkome loot aan de stam, zegt Jaap Wouda, communicatieadviseur. “Het
uitdragen van kennis en informatie over koudetechniek en luchtbehandeling is voor eres Tech ‘core business’.
Wij zijn als vaste uitvoerder van het hele opleidingsprogramma van Opleidingscentrum GOº natuurlijk heel blij
dat Peter Uges naar ons heeft gekeken om de website voort te zetten. Onze trainers beschikken niet alleen
over de juiste actuele kennis over innovaties in de koudetechniek, maar ook over de vaardigheden om dat aan
anderen over te dragen. De website is bij ons in goede handen, daar kan Peter Uges op rekenen.”
1998 Henriette
Henriette achter de naaimachine in de studio
1965 Boutique aan de Prinsengracht
Henriette trouwde in 1954 met Ger Dijkstra. Zij kregen drie kinderen (1955 Mike, 1958 Dennis en
1960 Danielle) en begonnen gezamenlijk met een confectieatelier. Dit eerst boven in het
Hirschgebouw aan het Leidseplein/Kleine-Gartmanplantsoen in Amsterdam en later aan de
Prinsengracht 723. Van af 1964 bovendien met het zelf ontwerpen van kleding voor hun Mode-
boutique aan de Prinsengracht. Op dat gebied vormden Henriette en Ger als het ware een twee-
eenheid. Toen begin jaren 70 de confectie verdween richting de goedkope productielanden, sloten zij
hun bedrijf en traden in dienst bij een groot internationaal confectiebedrijf. Zij kregen in 1971 de
leiding over twee fabrieken in Hongkong. Daar kwam Ger door elektrificatie in 1972 om het leven.
Henriette ging samen met de drie kinderen terug naar Amsterdam en ook Ger werd overgebracht
naar Nederland en begraven op Zorgvliet. Ondanks verzoeken uit Hongkong besloot Henriette niet
terug te keren en te stoppen met het ontwerpen van kleding en ging schilderen.
58
Eigen ontwerp gefotografeerd op de stoep
aan de Prinsengracht
Henriette als model en met eigen ontwerp
1972 de fam. Dijkstra te Hongkong
59
Jaren later, op 11 oktober 1998, ontmoette ik Henriette op de stoep aan de Prinsengracht.
Met Loes en Dick Honing op ons terras
De apothekersverzameling
Dankzij een bevriend echtpaar -Dick en Loes Honing- ontmoette ik Henriette letterlijk op de stoep
van wat nu ons huis is aan de Prinsengracht **44). Na vier jaar volgde op 11 mei 2002 ons huwelijk
en waren Loes en Harja mijn getuigen.
In ondertrouw
Getrouwd 11 mei 2002
**44) Ik heb een antieke apothekersverzameling met als basis delen afkomstig van mijn vader en grootvader,
die ik in de loop der jaren verder heb uitgebreid. Of het zo moest zijn, attendeerde Marian mij oktober 1998 op
een veiling in Amsterdam en ging ik op haar aanraden zondag 11 oktober naar de kijkdag.
60
Van af het begin klikte het ook tussen mij en haar kinderen/kleinkinderen. Mede omdat ik zelf geen
kinderen heb, kreeg ik later de voor mij erenaam “Paps”. Henriette en ik traden op 11 mei 2002 te
Ommen in het huwelijk. Ik had er plotseling drie kinderen en zes kleinkinderen bij. Als blijvende
herinnering aan Ger staat nog altijd de naam Dijkstra op de deur.
Net als haar bet-overgrootvader is Henriette een begenadigd schilder en vooral aquarellist.
©Henriette Taurel: Peertjes
©Henriette Taurel:Briefkaart: Dutch Ballet (1984)
© Henriette Taurel: Verjaardagskalender 1994
61
© Henriette Taurel: kloostertuin
© Henriette Taurel: Zeefdruk met dochter Danielle
6 september 2015, Vertrouwelijk
**47) Voordat het Voormalige KoninKlijKe jacht “de Piet hein ”gedurende de
oorlog in Duitse handen viel, waren er twee schippers. Eén daarvan was Kees
Boer en gehuwd met Aaf Vlietstra, een tante van Henriette. Zij mocht als
klein meisje tot aan de oorlog in 1940, zo nu en dan met haar oom meevaren
op de Piet Hein door Amsterdam en zat dan op het dek in een rieten stoel met
soms een glas limonade. Het kon dan gebeuren dat van de kant, of een brug
:erd geroePen: “rijKe stinKers!” oom Kees zei dan ”henneKe :uiVen”.
Henriette hoopt op zondag 6 september 85 te worden.
Op die dag heb ik de Piet Hein kunnen huren en wat zij nog niet weet, is dat dit
daar aan boord zal worden gevierd. Toevallig zijn er die dagen ook de
Havendagen in Rotterdam, hetgeen dit een extra feestelijk karakter zal
geven. Helaas is het maximale aantal toegestane passagiers aan boord van
de Piet Hein slechts 30.
Alleen met de directe familieleden ben je er dan al, en dat zelfs zonder
neven en nichten. Al met al kunnen wij jullie dus helaas niet uitnodigen om dit
gezamenlijk te vieren, maar waarom dan toch dit bericht? Om de band tussen
jullie en Henriette te benadrukken en aan te geven dat jullie niet zijn
vergeten.
Zoals bekend is Henriette erg gesteld op jullie, maar wordt het gezien haar
leeftijd langzamerhand steeds lastiger elkaar daadwerkelijk te
ontmoeten. Maar ook een berichtje betekent al veel voor haar. Daarom
nodig ik jullie uit haar een E-mail/kaartje/briefje te sturen, met
felicitaties en een persoonlijk woord. Dit wel zodanig dat dit per E-mail bij
Henriette-peter@planet.nl arriveert, of indien per post niet eerder dan
maandag de 7e.
62
Genieten aan boord van MS Piet Hein
Monique Uges en Michael Dijkstra
1955: 20 april en 22 april dus twee dagen verschil
Vriend en buurman Hans Bastings; hij was de
Samen aan dek van MS Piet Hein
laatste BWK op de KLM 747-300 (afscheidsvlucht nov. 2003)
Motel Zimmer Frei
Midden jaren zestig nam het aantal Duitse toeristen toe en verschenen richting de kust bordjes met
Zimmer Frei. Op een zondag gingen Henriette en haar toenmalige echtgenoot Ger Dijkstra, samen
met hun vriend Sjors Verhoeven paling halen. In een opwelling stopte het gezelschap bij een
boerderij met op het erf een bord met als tekst ‘’Zimmer Frei.’’ Henriette belde aan en vroeg of ze
een zaag mocht lenen. Daarmee gewapend werd het bord omgezaagd, waarna de zaag netjes en
onder dank werd teruggebracht en het bord meegenomen naar Amsterdam. Wat achteraf de reactie
is geweest van de boer is onbekend, maar laat zich raden. In Amsterdam was toen Het Huis van
bewaring gevestigd aan het Kleine Gartmanplantsoen **45). Enige dagen later zette Sjors (aannemer
uit de Jordaan) zijn VW-pick-up tegen de muur van deze gevangenis en verwisselde het bord met
‘’Huis van Bewaring 1’’ **46) voor die met ‘’Motel Zimmer Frei.’’ Weer wat later heeft Ger, en nu als
Duitse toerist verkleed, daar aangebeld met de vraag of men nog een kamer had. De bewaker die
opende keek niet begrijpend naar het bord en haalde er een collega bij. Dat alles werd op afstand
bekeken door Henriette, haar vriendin Lily Frie en de fotograaf Ruud Verhoeven (broer van Sjors).
Ruud maakte toen de foto met Ger verkleed als Duitse toerist bij de ingang van het huis van
bewaring. Het oorspronkelijke bord **46) met de tekst ‘’Huis van Bewaring 1’’ is op zolder
teruggevonden en wordt als een ludiek Corpus delicti terugbezorgd bij wat nu is ‘’De Balie’’ en met
een afdruk van de foto op posterformaat.
63
Ger als Duitse toerist. (© R.E. Verhoeven)
Het oorspronkelijke bord**46)
**45) Eind jaren zeventig dreigde men het gebouw te slopen en er een hotel te bouwen. Daartegen kwamen
de nodige protesten en werd het uiteindelijk wat nu bekend straat als ‘’Grand café en Debatcentrum De Balie’’
aan het Kleine Gartmanplantsoen te Amsterdam.
‘De zedeloze jaren 30? Auteur: Bert Sliggers
Plotseling komt een onbekend stuk familie-historie over de gebroeders Taurel en de handel
in erotica boven water. Ook voor Henriette en haar halfbroer Bob was het een nieuwe,
interessante en best lezenswaardige geschiedenis, waarover hun moeder nooit iets had verteld.
Gedeelten uit een E-mail op 6 oktober 2020 aan de auteur van de zedeloze jaren 30, Bert Sliggers:
Op radio 1 werd aandacht besteed aan uw boek ‘De zedeloze jaren 30’ (ISBN 978 90 2443 4121 | Nur
680). Op zichzelf een leuk onderwerp, maar toen daarbij de naam Taurel viel en de handel in erotica,
werden mijn oren gespitst. Nieuwsgierig heb ik het boek gekocht, want het betreft de vader van drie
zusjes waaronder mijn echtgenote, ‘’Henri Taurel’’ en zijn broers? Ik heb zondermeer bewondering
voor het tot stand komen van dit monnikenwerk, maar helaas zijn niet alle gegevens correct.
64
Louis Taurel was in 1875 betrokken bij pogingen om de goudschat van het Engelse fregat Lutine, dat
in 1799 verging tussen Terschelling en Vlieland, te bergen. Hij was gehuwd, maar had geen kinderen
en had een zuster (Marie) en twee broers (André-Sympherien en Charles). André S. Taurel trouwde
met Anna de Vries. Hun zoon Henri-G. André Taurel trad in 1891 in het huwelijk met Petronella J. de
Bie (grootouders van Henriëtte). Eén van hun vier kinderen, Henri E.A. Taurel, trouwde in 1924 met
Trijntje Vlietstra. De vader van Trijntje was schipper/eigenaar van een tjalk.
Hij voer met het gehele gezin tussen het Friese Workum en Lisse en vervoerde koeienmest om
daarmee de schrale geestgronden van de Bollenstreek vruchtbaar te maken.
Haar zuster (Tante Aaf) was getrouwd met (Oom) Kees de Boer en tot aan de 2e wereldoorlog een van
de schippers op het jacht van Koninklijke familie ‘de Piet Hein’ **47) Bijzonder is ook dat zoals u
schrijft, Henri Taurel in het huis van bewaring nr. 1 heeft gezeten en dat jaren later schoonzoon Ger
Dijkstra betrokken was bij het verwisselen van de naamborden**46).
Pagina 14:
Omdat Taurel gedeeld had in de gestolen bonkaarten werd hem ook heling verweten, zodat hij een
jaar en drie maanden moest zitten, eerst in de Koepelgevangenis van Breda en daarna aan de
Weteringschans (Kleine -Gartmanplantsoen) in Amsterdam**46).
Een jaar na zijn gevangenschap trouwde Henri Taurel op 3 augustus 1922 met de hoogzwangere
Trijntje Vlietstra, een meisje uit Stavoren, maar heeft zij het kindje tijdens de zwangerschap verloren
en werd als oudste dochter Grietje pas twee jaar later op 25 juni 1924 geboren.
V.l.n.r.: Henriette, Oma Trijntje, halfbroertje Bob, Nel en Kokky
Pagina 151:
1. Grietje Petronella (Kokky) werd als oudste dochter geboren in 1924 en overleed in 2015 te
Amsterdam.
2. Petronella Johanna (Nel) werd geboren in 1928 en overleed in1998 te Detroit-USA.
3. Wat betreft Henriette Taurel staat vermeld dat zij als Trijntje Henriette in 1933 zou zijn
geboren, maar dat moet zijn als Henriette Theresia Taurel en in 1930.
Zij is mijn huidige echtgenote.
4. Haar moeder Trijntje Vlietstra is in 1942 tijdens de oorlog hertrouwd met Bouke Dirk de Groot
(1908) en zo werd in 1943 haar broer en mijn zwager Bob (Eveneens als Bouke Dirk) de Groot
geboren. Trijntje overleed in 1988 te Amsterdam.
Antwoord van Bert Sliggers, 4 november 2020
Wat een ontzettend leuke mail kreeg ik via uitgever Boom van u. Even schrikken natuurlijk: heeft de
familie dit boek wel gewaardeerd en zitten er veel fouten in? Gelukkig viel het mee. In een eventuele
tweede druk zal ik de namen en jaartallen natuurlijk laten aanpassen. Ik hoop dat u beiden in een
goede gezondheid verkeert en dat ik u na de corona perikelen een keer kan bezoeken. Allereerst de
Lutine. Al googelend kwam ik die Taurel altijd tegen maar het lukte mij niet hem aan de Taurel
stamboom te plakken.
65
Anders had deze oud/achteroom van de twee broers zeker een plaatsje in het boek gekregen. Ik ben
ook geïnteresseerd of uw vrouw iets van het leven van haar vader en zijn broer heeft geweten. Ik ben
ook lang op zoek geweest naar foto's van het duo. Zijn die nog ergens in de familie? Andere vragen
borrelen nog wel op maar deze mail is er vooral om u te danken voor de moeite die u nam mij te
schrijven. Vooral door de nieuwe wet op de privacy is het moeilijk via de burgerlijke stand nog
levende personen op te sporen, maar nu ging het andersom.
Vijfendertig jaar door het Vragenderveen.
11 mei 1975 om 7 uur in de morgen; een groep collega’s met familieleden verzamelen zich bij het
oude Café Beneman te Vragender. De PV (personeelsvereniging) van Mueller Europa gaat onder
leiding van gids en collega Gert Halink op excursie naar het Vragenderveen.
Het werd een enerverende en spannende tocht. In 1975 was het veen zo nat, dat het bijna
onmogelijk was om bijvoorbeeld van uit het Noorden naar de Onderduikersbult te lopen. Gert
vertelde van alles over het ontstaan van het veen en over de planten. Voor mij en de meesten van
ons, was echter vooral van belang goed te kijken waar je dacht te kunnen lopen, om zo het vege lijf
droog te kunnen houden. Naast enige collega’s met een nat pak, schoot ook ik er met een been in.
Mijn toenmalige echtgenote Minnie ging bovendien rechtstandig naar beneden, werd door een
collega ‘’gered’’ en uit het bruine, drabbige water getrokken.
Café Beneman te Vragender
Moe en een ervaring rijker, gingen we na afloop met z’n allen naar Café Beneman, waar
pannenkoeken van Marie Minkhorst al op ons wachtte. Hoe die naam “Beneman” ontstond weet
niemand meer, maar het was daar bijzonder gezellig in die eenvoudige, oude tot een gelagkamer
omgebouwde woonkamer van de boerderij van grootvader Minkhorst. Er bestaat een foto met Marie
en Gert Halink lachend aan de keukenrafel, met een bord pannenkoeken. Bovendien een tweede
foto met hangend aan de hanenbalken worsten en een zijde spek, iets wat je nu nergens meer zult
zien. Helaas moest dat oude café een jaar later tegen de vlakte. Het voldeed niet meer aan de eisen
waaraan een horecaonderneming nu moet voldoen.
De daar op volgende nieuwbouw resulteerde in een fraai gebouw, nog steeds in de stijl van een
boerderij met vakwerk in de muren en van binnen zware houten balken. Op 10 december 1976, werd
de nieuwbouw door burgemeester J. Groffen geopend. Dit tegelijkertijd met de viering van het toen
ook 100-jarige bestaan van Café Beneman. Met die sloop en nieuwbouw verdween een stukje
nostalgie, waaraan eenieder die in dat oude café is geweest, met weemoed terug zal denken.
66
Achter de gids aan
Veenpluis en water
Die 1e mei in 1975 was, naar later zou blijken het begin van mijn lange betrokkenheid bij het
Vragenderveen. Een band met dit gebied, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Die eerste
excursie onder leiding van Gert Halink heeft me zodanig gegrepen dat ik meer van dat gebied wilde
weten. Ik vroeg dus aan Gert of ik nog eens mee mocht, en nog eens, en nog eens. Enfin op een
gegeven ogenblik kwam van Gert de vraag of ik zelf niet wilde gaan gidsen. Er volgde toen een
periode van eerst gezamenlijk en later zelfstandig door het gebied lopen. Van Gert leerde ik de
bijzondere plantengroei. Veel over de geschiedenis van het veen hoorde ik van de toen
vijfentachtigjarige Willen Hegeman. Het was een genoegen te luisteren naar zijn smakelijke verhalen.
Een van de door het veen lopende dijken
De Kromme den
De excursie naar dit prachtige natuurgebied met zijn zeldzame flora en fauna wordt gehouden onder leiding
van ervaren gidsen. Het is levensgevaarlijk dit gebied op eigen gelegenheid te bezoeken. Vertrek ‘s morgens
om 7 uur vanaf de Markt te Lichtenvoorde. Deelname Fl.2,50 p.p., kinderen Fl. 1,--. Waterdichte laarzen
meenemen. Na afloop is het mogelijk om tegen betaling van Fl. 1,-- p.p. de grote en zeldzame
keienverzameling (Red.: en Mammoet botten) van de heer Wopereis te bezichtigen. Tevens is er gelegenheid
om deel te nemen aan een gezamenlijke pannenkoekmaaltijd. Tel. opgave tot 2 dagen voor de geplande
datum.
67
Voorjaar 1976 is het dan zover. Voor het eerst ging ik op 6 mei als zelfstandige gids het veen in. Met
mijn eerste twee bezoekers. Het waren dames uit Winterwijk en Nijmegen. Ik had dus een hele
winter geoefend en kende het gebied - dacht ik - op mijn duimpje. Oefenen in de winter dus zonder
bladeren aan de berken. Op die 16e mei zaten er plotseling echter wel bladeren aan de bomen en
leek het of ik door een totaal nieuw gebied liep. Enfin, vraag me maar niet hoe ik die eerste keer ben
gelopen, zeker is dat we uiteindelijk op een totaal andere plaats uitkwamen dan ik dacht.
Zonnedauw
Veenpluis
Kienhout
In 1976 waren het: Willem Hegeman, Gert Halink, Jan Venderbosch, Jos Wijnen, Jan Wopereis, Frans
Bonnes en Peter Uges, die toen als gids met groepen belangstellenden door het Veen trokken.
Willem Hegeman ging gezien zijn leeftijd meestal niet meer mee als gids, maar wel alleen of samen
met ons het veen in. Na 1980 gingen Jos Wijnen en Frans Bonnes nog maar sporadisch mee en ook
Jan Wopereis gidste vanwege zijn leeftijd steeds minder en stopte uiteindelijk. In 1983 liep het
letterlijk uit de hand. Jan Venderbosch liep een gecompliceerde beenbreuk op en was voor zeker
twee seizoenen uitgeschakeld. Gert en Peter stonden er toen vaak alleen voor. En dus gingen wij
beiden die zomer bijna iedere zaterdag en/of zondag met groepen het veen in. Een groep van 40 tot
50 deelnemers was daarbij geen uitzondering. Door met een dergelijke grote groep door het veen te
trekken, konden wij als gids niet goed overzien wat er gebeurde. Het was dan ook bijna
onverantwoord. Ik koos dan zo mogelijk een bezoeker uit, die al eerder mee het veen in was geweest
en/of er zelfverzekerd uitzag en vroeg hem of haar om als een soort hulpgids aan het einde van de
lange stoet te willen blijven lopen. Vervelend was het ook, dat bij zoveel deelnemers, alleen de
voorste bezoekers konden verstaan wat je te vertellen had. Op deze wijze dreigde het gidsen voor
Halink en mij van een liefhebberij een verplichting te worden.
Een nat been
Door de blubber
Collega gids Ron Krabben
68
Om hieraan een halt toe te roepen plaatste het bestuur in de Elna van 3 november 1983 een oproep
zich te melden als gids. ‘’Gevraagd worden mensen met een sportieve, avontuurlijke inslag.’’ De
respons was boven verwachting. Er gaven zich een tiental mannen en een vrouw op. Van deze groep,
die met ingang van het seizoen 1985 actief en als vrijwilliger begon, is ook nu nog een deel actief en
als vrijwilliger betrokken bij dit bijzondere stukje Achterhoek.
Sinds 1975 is door de ruilverkaveling Winterswijk-West veel wijzigt.Van overheidswege kreeg men
meer waardering voor de unieke situatie, dat een groep agrariërs dit veen in stand probeerden te
houden. In 1980 kwam er een beheersplan. Er kwamen houten damwanden om daarmee de
waterstand op niveau te houden. De van oorsprong gespannen relatie met Natuurmonumenten
veranderde geleidelijk tot wederzijds respect en nu zelfs tot een nauwe samenwerking met onder
andere de jachtopzichter Adam en daarna Han Duyverman.**48) van natuurmonumenten. Begin
1989 verhuisde ik van Lievelde naar Wijk bij Duurstede. Daarna volgden Eemnes, Nijmegen,
Apeldoorn en nu Amsterdam. Maar steeds bleef ik gidsen, zij het minder intensief dan vroeger.
Vijfentwintig jaren gingen voorbij: in 1975 als bezoeker, in 1976 als beginnend gids en toen ik in 2010
formeel stopte als gids, met de langste loopbaan.
**48) Op vakantie in Mexico maakten Henriette en ik een rondtoer. Tot onze verrassing bleek onze gids bij die
rondtoer een broer te zijn van Han Duyverman.
Zompig
Vossenbes.
Voor mij persoonlijk waren het bewogen jaren met veel veranderingen, kortom een periode
waarover ik een boek zou kunnen schrijven. Wat echter bleef was een sterke verbondenheid met de
streek en in het bijzonder het Vragenderveen. Het was een genoegen om veel te kunnen leren van
Mensen als Willem Hegeman, Gert Halink, Jan Wopereis en Jan Venderbosch en met hen te mogen
samenwerken. Het is fijn om ook nu nog deel uit te mogen maken van de huidige groep
enthousiastelingen die het Vragenderveen een warm hard toedragen.
1985 t/m 1989, VVD- Raadslid Gemeente Lichtenvoorde
Als VVD-raadslid was ik op 5 november 1987 betrokken bij de besluitvorming rond het
Vragenderveen.
Mijnheer de voorzitter, ten aanzien van de verkoop van de gronden aan de Stichting Marke
Vragenderveen, kunnen wij ons geheel vinden in Uw voorstel. Mede namens het CDA, wil ik langs
deze weg nog het volgende onder uw aandacht brengen: Zoals bekend, liggen de nu te verkopen
gronden binnen het ruilverkavelinggebied “Winterswijk West” De verkoop van deze gronden heeft,
naar onze mening, naast een zakelijk, ook een moreel ondersteunend karakter. De Gemeente geeft
hierbij aan, dat zij van mening is, dat deze gronden moeten worden toevertrouwd aan de Stichting en
niet aan welke andere instantie dan ook.
69
Bij voornoemde ruilverkaveling doet zich daarnaast nog een problematiek voor, waarbij de Gemeente
geen partij is, maar waar, naar onze mening het College wel moreel ondersteunend kan optreden.
Rondom het totale veencomplex zal een bufferzone komen te liggen, welke van belang is voor het
beheer van het veen
Tot op heden zijn deze gronden uitsluitend toegewezen aan de Vereniging tot Behoud van
Natuurmonumenten in Nederland, waarbij het er sterk op gaat lijken, dat dit ook het geval zal zijn
met het aan de Lichtenvoordse kant grenzend deel van het Vragenderveen, dat nu voornamelijk in het
bezit dan wel in beheer is van de Stichting Marke Vragenderveen. Een Stichting die, voor zover ons
bekend, de enige is waar agrariërs zelf natuurbescherming ter hand hebben genomen, door hun
gronden aan de Stichting toe te vertrouwen en deze op deze wijze voor het nageslacht te willen
bewaren. Iets wat elders niet haalbaar blijkt, bestaat hier al tientallen jaren. Deze Stichting echter
heeft ‘’Lebensraum’’ nodig en dreigt nu ingeklemd te raken tussen de gronden van haar grote
buurman ‘’Natuurmonumenten’’? Het is daarbij niet onmogelijk, dat bestuursleden van de Stichting
gedwongen worden hun gronden via de ruilverkaveling over te dragen aan Natuurmonumenten. Dit
alles lijkt ons geen goede zaak. Kortom: het gaat hier om een plaatselijk initiatief, dat de steun
verdient van de gehele bevolking en dus ook van het College. Wij dringen er bij U dan ook sterk op
aan bij het college van G.S. van Gelderland onze bezorgdheid naar voren te brengen en erop te wijzen
dat dit bij ons als een vreemde en voor de Stichting niet wenselijke situatie overkomt.
1987: Samen met het college door het veen
Hennie ter Bogt**49)
**49) Hennie ter Bogt, mederaadslid (CDA) en Secretaris van de Stichting Marke Vragenderveen.
70
Bij mijn afscheid als raadslid kreeg ik een bord
Mijn verjaardag op 14 juni 1999
Henriette en ik ontmoette elkaar op 11 oktober 1998 en hadden ieder familie, vrienden en
kennissen. Maar hoe krijg je die bij elkaar? In ons geval bleek mijn verjaardag op 14 juni een
uitstekende gelegenheid. Het werd een hilarische dag, die in het dorp Vragender begon bij Café
Beneman, waarna men gezamenlijk en begeleid door gidsen vertrok naar het Vragenderveen. Als
door het lot verbonden begon men aan de tocht door het Veen. Maakte iemand een misstap en
dreigde weg te zinken in de modder, dan schoten anderen te hulp. Deze lotsverbondenheid schiep
een onderlinge saamhorige band. Enfin, het eindigde met als pleister op de wonde een pannenkoek
bij Beneman, om daar onze veilige terugkomst te vieren. Al met dag een uitstekende manier om
elkaar te leren kennen en een dag waarover nog lang werd gesproken.
Omkleden op de parkeerplaats
Het veen in.
Jan en Anke als 1e slachtoffers
71
En na afloop een pannenkoek
Bill
In 2007 nam ik deel aan The 22nd IIR International Congress of Refrigeration te Beijing. 1964,
vergeleken met 2007, zijn twee volkomen andere werelden. Bij het inchecken voor de terugvlucht
naar Amsterdam, ging een Chinese jongen naast Henriette zitten en vroeg haar hoe je Thank you in
het Nederlands moest zeggen. Hij noemde zichzelf toen Bill (in werkelijkheid Haofeng Sun) en ook
vandaag noemen wij hem nog steeds Bill. Hij vertelde dat hij in Delft ging studeren (luchtvaart).
Of het zo moest zijn, zat Bill tijdens die vlucht naast ons.
Bill bij ons thuis te Amsterdam
Henriette, Henk en Corry van der Ree tijdens het congres in Peking
Wij hebben ons toen over hem ontfermd en zijn voor Bill zijn Nederlandse ouders geworden, net
zoals in de jaren 60 de fam. Dax mijn Australische ouders zijn geweest. Bij de IND was ons adres
tijdelijk ook zijn adres, tot dat hij zijn definitieve studentenkamer had betrokken. Zijn moeder heeft
een hoge functie in Beijing en zijn vader werkt bij The Bank of China**50).
72
In 2014 besloot Bill om te stoppen met zijn studie in Delft en vlogen wij ook nu weer gezamenlijk
terug naar Beijing. Daar ontmoete ik voor het eerst de ouders van Bill. Aansluitend vloog ik met Bill
als tolk door naar Fuzhou op uitnodiging van AOLAN Industry. In 2016 vertrokken (stief)zoon/
zakenpartner Mike en ik nogmaals naar Beijing, maar nu op uitnodiging van CECEP Industrial Energy
Conservation Co. (grote Chinese organisatie voor energievoorziening en 100% eigendom van de
Chinese overheid). Samen met Bill werden wij daar op het hoofdkantoor ontvangen door o.a. de adj.
directeur (Xue Jiangyun).
**50) In 2012 miste ik een pion van een in 1964 in de Frendship store te Sjanghai gekocht schaakspel. De vader
van Bill heeft geprobeerd of hij in Beijing een kopie kon laten maken. Dat lukte echter niet in het nu moderne
China. Gelukkig vond ik de kwijtgeraakte pion later terug en is het nu weer compleet (Het huis neemt en geeft).
Joep, 27-07-2004 - 10-03-2015
De begrafenis van onze hond Bonny (zie schilderij met Henriette) was op zich net een Walt
Disneyfilm. Zij werd in de schemer begraven in het bosje van de wei bij zusje Monique en zwager
Peter van Zweeden. Alsof ook de dieren afscheid wilden nemen, liepen hun paarden, maar ook een
aantal van hun katten om ons heen en ging hun hond Tiga, nadat het grafje was gesloten er bovenop
liggen. Een paar weken later kregen wij Joep op een wel heel bijzondere manier.
Henriette en ik gingen midden september 2006 naar een expositie in Rijswijk. We reden toen via
Diemen, om bij een kleine privé kennel te kijken of we daar een opvolger voor Bonny konden vinden.
Dit dus zeer zeker niet om toen al een hond mee te nemen. Toen wij aankwamen liet de eigenaresse
de 7 aanwezige honden uit. Wij hadden Joep nog niet eens gezien, maar na een korte spurt sprong
hij (toen anderhalf jaar oud) in onze nog openstaande auto en bij Henriette op schoot.
Wij hebben hem toen maar meegenomen en kregen een riem te leen mee. Immers Joep gaf duidelijk
te kennen dat wat hem betreft de discussie was gesloten en hij meeging.
3 x Joep
Hij ging dus eerst mee naar Rijswijk en om beurten bezochten wij de expositie. Daarbuiten wachtend
op een terras, vroegen twee dames wat voor hond het was en toen zij hoorden dat ik het niet wist en
wij hem pas een paar uur hadden, of ik de hond aan hen wilde verkopen? Wel bijzonder als je de
hond pas een paar uur hebt en er nog niet eens mee thuis bent geweest. Joep was druk, uiterst
waaks, blafte zodra de bel ging de hele tent bij elkaar en heeft enthousiast als hij was, nooit willen
leren nu eens niet tegen iemand op te springen. Tegelijkertijd was hij zo innemend, dat niemand echt
kwaad op hem kon worden. Wel stak zo nu dan zijn probleem ‘’verlatingsangst’’ de kop op. Kleinzoon
Julien en Joep hadden een bijzondere band en gingen soms als twee vrijgezelle maatjes gezamenlijk
in het Vondelpark op vrouwenjacht. Dat leverde (dankzij Joep) vaak leuke contacten op.
73
Ook op straat werden Henriette en ik regelmatig aangesproken, met de vraag wat voor hond het was
en of men Joep mochten aaien. Joep trad ook op als fotomodel en liet zicht in alle standen
fotograferen. Joep was de “Popie Jopie” in de buurt, zoals bij de dames van de bakker, de D in de
Leidsestraat, de Bruna, schoenmaker, apotheek, bij ons aan boord als scheepshond en bij de
uitgeverij te Veenendaal, waar hij steevast op de gladde vloer uit de bocht vloog in zijn ijver om zo
snel mogelijk Harja te bereiken, wetend dat daar altijd een stukje worst op hem wachtte. En dan bij
Jan de melkboer: Joep en hij hadden vaak onderling gesprekken, een soort (blaf)monoloog waar een
buitenstander niets van begreep en dat steevast eindigde met een hondenkoekje. Joep was welkom
in veel restaurants en bij Mulliners Wijnlokaal, de zetel van de P.G. Wodehouse Society, waarvan hij
als enige hond ook lid was en bovendien voorzitter van het WAF-fonds (Wodehouse activiteiten
fonds). Als wij op bezoek gingen bij schoonzusje Kokkie in het verzorgingstehuis, zorgde Joep daar
voor wat vrolijkheid en was er meer dan welkom. De meeste honden zijn bang voor vuurwerk en
onweer, maar Joep niet en dus keken we samen op nieuwjaarsnacht naar het vuurwerk. Ook een
bezoek aan de dierenarts (De Wetering te Amsterdam en Overhage van zwager Peter te Cuijk) is voor
veel honden een gruwel, maar niet voor Joep, die wandelde vrolijk mee naar binnen. Jaarlijks
logeerden wij bij Judith en Herman Horselenberg in hun dijkhuis aan de IJssel te Veessen, om dan
tijdens hun vakantie op de menagerie te passen.
Voor Joep was dat meer dan alleen een fijn vakantieadres, maar vooral ook logeren bij zijn grote
liefde, hun hond Sunna. Na een verblijf in Veessen was Joep altijd een week van slag (liefdesverdriet).
Henriette met Bonny (© Sylvia Willink)
Henriette 2010
Nadat onze bejaarde poes Charlie overleed kregen we Ollie als jong katje in huis. Van af het begin
gingen Joep en Ollie goed met elkaar om. Ollie zit graag bij mij op schoot, maar dat werd Joep soms
wat te veel. Dan werd er net zo lang gezeurd tot niet Ollie, maar bij mij op schoot zat. Ollie heeft
ondertussen (van Joep?) geleerd om net als Joep, een aantal van dezelfde commando’s op te volgen.
Zaterdag 28 februari 2015 vonden wij wat bloed aan de penis van Joep. Daarbij dachten wij dat
sprake was van een fikse blaasontsteking, dus op naar Cuijk. Een week later bleek dat hij in die ene
week, 2,5 kg aan gewicht had verloren door bloedverlies via de urine en vermagerde hij zichtbaar.
Dinsdag 10 maart bleek dat hij een tumor had in zijn lever met uitzaaiingen in de buikholte. Er was
geen redden meer aan, maar gelukkig had hij geen pijn en was alleen maar moei. De beide Peters
hebben Joep begraven naast Bonny in de tuin te Haps. Het is wel erg wennen en stil in huis.
74
Kyra
Het dijkhuis van Herman en Judith te Veessen
King Charles: Kyra
Judith en Herman hadden Kyra, een King Charles in huis genomen, omdat een bejaarde dame hem
niet mee mocht nemen naar een verzorgingstehuis. Door onze logeerpartijen kenden wij Kyra en
nadat Herman en Judith besloten te emigreren naar Zweden, is hij bij ons gekomen. Kyra was vrolijk
van aard, blafte nauwelijks en was net als Joep al gauw populair op straat en in de winkels. Ook
samen met Ollie ging het uitstekend. Begin juli 2020 openbaarde zich echter steeds meer
leeftijdgebonden gezondheidsproblemen, met na een onderzoek te Cuijk als enige optie om hem in
te laten slapen. Kyra was voor Henriette en mij onze laatste hond.
Samen met Olle aan het werk
Pionier van indirect werkende (a)diabatische koeling met StatiqCooling en FoXus
Ik behoor van af 1997 tot de pioniers op het gebied van de indirecte adiabatische/diabatische koeling
met verdampend water als koudemiddel (4 patenten). Frustrerend was/is het vechten voor
acceptatie. Dit met als voorbeeld de weigering om een gegeven voordracht over indirecte
dauwpuntkoeling tijdens de 7e IIR Gustav Lorentzen Conferentie te Trondheim, in TVVL-magazine te
publiceren. Het duurde uiteindelijk nog tot 2012 voordat bij de TVVL daarover een eerste artikel
verscheen (met mij als ghost-writer). Zelfs het winnen van de Europese Asercom Energy Efficiency
Award 2004 en het in 2009 als 2e eindigen bij de MKB-innovatie top 100, hielpen niet. Wel
verschenen zowel nationaal als internationaal in veel andere bladen zoals RCC-K&L, meerdere door
mij en anderen geschreven publicaties. Positief waren de steun van Senter/Novem (nu RVO), de
KNVvK en ISSO (Kennisinstituut voor de installatiesector). Een doorbraak was het gebruik voor het
koelen van datacentra, maar vreemd genoeg had dit geen positieve invloed op het ook elders
toepassen. Kortom men (de gevestigde orde) hield tot ca. 2017 in ons land de boot af. Door de
recente discussie over de energietransitie, is deze vorm van koelen nu plotseling wel aantrekkelijk
geworden. In 2005 werd StatiqCooling BV opgericht, gebaseerd op de door mij ontwikkelde
‘Statische indirect werkende Dauwpuntkoeling’ en dat samen met (stief)zoon Mike Dijkstra
en kunststofspecialist Jan Gerritsen.
75
Bij de engineering en bouw van een productielijn werd samengewerkt met Henny ten
Brummelhuis. Dit werd financieel mogelijk dankzij de deelname van een groep investeerders.
Het bedrijf richtte zich volledig op de ontwikkeling en productie van indirect werkende
kunststof adiabatische/-diabatische koelers. Door een verschil van inzicht met de directie
besloten eerst Jan (2010) en later ook ik (2015) onze aandelen van de hand te doen.
Gebaseerd op een nieuwe ontwikkeling (mijn 4e patent) startte ik in 2017 de op R&D gerichte
onderneming FoXus B.V.
De samen met Jan Gerritsen en Henny ten Brummelhuis
Testopstelling luchtbehandelingskast
ontwikkelde productielijn
Uit een ver verleden, correspondentie met Leendert en Evelien Louwe Kooijmans.
Beste Leendert en Evelien. Mijn broer Donald vond een briefkaart van mijn vader aan mijn
grootvader van uit Arnhem juli 1945. Ik bezit een verzameling apothekers benodigdheden inclusief
een publicatie uit 1946 “De rnhemsche pothekers in Evaluatietijd met een inleiding door M.J
Schulte” Hij was jaren later provisor in onze apotheek, als mijn vader in het ziekenhuis te Wolfheze
werkte. In die publicatie staat behalve een verhaal van mijn vader, ook een verhaal geschreven door
jullie vader Wnd. Pharm. Inspecteur v.d. Volksgezondheid H.F. Louwe Kooymans. Als 6-jarige ging ik
in 1947 naar de Arnhemse schoolvereniging op de Brugstraat. Tussen de middag op school blijven
kon toen niet en ging ik daarom met jullie mee naar jouw ouders aan de Conjéstraat. Het is het begin
van mijn jeugdherinneringen en ik zie ze nog voor me staan. Het was de 1e en 2e klas van de
Arnhemse schoolvereniging met juffrouw Post. Na school op weg naar huis speelde ik dan samen
met Koos Hulsewé tussen de ruïnes aan de Eusebiusbuitensingel. Na de oorlog hadden wij allen te
maken met de gevolgen van de slag om Arnhem en het naoorlogse herstel. Op de lagere school had
ik moeite me te concentreren en was sprake van ernstige dyslexie. Wel vreemd omdat ik 40 jaar later
hfd. Redacteur zou worden van een technisch-wetenschappelijk vakblad (opgericht door
Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes). Rapporten met bijna alleen maar vieren en het
voorwaardelijk overgaan op de ASV zorgde ervoor dat mijn ouders mij op een internaat plaatsen,
maar ook dat ik jullie uit het oog verloor. Enfin alles kwam toch op zijn pootjes terecht en ik eindigde
mijn loopbaan in 2011 als Erelid van de KNVvK (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude). Ook
vandaag ben ik op bijna tachtig jarige leeftijd nog altijd betrokken bij R&D binnen het vakgebied.
Leendert antwoordde:
Wat een onverwacht bericht! Ik (en ik denk ook Evelien) had hier allemaal in dit detail geen weet van.
Het is en lange rij bekende namen die in het artikel voorbijkomt. Ik herinner me jou niet meer, maar
wel je ouders ‘’Oom Jo en tante Tony’’? Ik zat dan ook een klas hoger op de SV? Ja, en ook wij
speelden op de ruïnes. Juffrouw Post kreeg ik in de 3e klas, daarvóór had ik twee jaar juf. Boomsma.
76
Later (Gymnasiumtijd) roeide ik met Willem Hulsewé (Red. broer van koos). Wat een kleine wereld!
Ook aardig te horen dat je hoog in de koude-fysica bent opgeklommen. Je weet misschien dat ik na
m’n studie in Leiden terecht ben gekomen, als archeoloog. Eerst in het Rijksmuseum van Oudheden,
daarna de Universiteit. Kamerlingh Onnes en zijn lab (nu faculteit Rechten, het kan verkeren!) is dus
welbekend. Ik ben nu weer terug naar de omgeving van Arnhem en verdiep me onder meer in de vele
oudheden die bij de wederopbouw verzameld zijn. Het artikel zal ik doorsturen naar Evelien. Zij was
rechter in Amsterdam en woont nu in Friesland en vindt ook zij vast interessant.
Januari 2021 Energietransitie
Al mijn kennis is nu ondergebracht bij FoXus BV, een op technologische ontwikkeling
gespecialiseerde onderneming op het gebied van de indirecte adiabatische en diabatische koeling.
Samen op pad
Test indirect Adiabatisch, als alternatief voor de Split
Er is nu behoefte aan innovatieve duurzame koudetechnologie, maar er is ook sprake van stagnatie
bij de ontwikkeling van energiebesparende luchtbehandeling-systemen. Zo is bekend dat de
combinatie verdampingskoeling met Falling-film leidt tot zeer hoge, zo niet de hoogst haalbare
capaciteit /m2 oppervlak, maar wordt dit toch maar beperkt toegepast. Een zoektocht naar ‘’het
waarom’’ leidde tot opmerkelijke uitkomsten. Die vroegen om het samenvoegen van kennis en dat
leidde weer tot het samenwerken van een cluster van bedrijven, ieder met hun eigen expertise.
Begin 2021 werd het voor mij als bijna 80-jarige tijd om wat gas terug te nemen. Het is daarom
plezierig dat Lambert Bouwmeester er mee instemde mijn taak op zich te nemen. Hij is onder andere
bekend als voormalig directeur van de koelerfabrikant Helpman B.V. en het Europese Eurovent.
6 September 2011: Mike, Henriette, Peter, Danielle en Dennis
77